Versie  Oktober 2020

                            Pedagogisch beleidsplan Kinderopvang Wantij 2020-2021  

 

INHOUDSOPGAVE: 

 

1.     Pedagogische doelstelling

2.     Pedagogisch beleid

2.1   Emotionele veiligheid

2.2   persoonlijke ontwikkeling van kinderen  

2.3   Normen en waarden

2.4   De sociale ontwikkeling van het kind  

2.5   Omgaan met zieke kinderen

2.6   Vaccinatie

2.7   Observaties en signaleren

2.8   Scholing personeel

2.9   Uitstroom richting basisonderwijs

2.10   COVID-19

3.     Plaatsing van kinderen

3.1   Groepsindeling en personeel

3.2   Intakegesprek (moet bijlage nog bij)

3.3   Wennen op kinderopvang ’t Wantij

3.4   Afspraken betreffende halen en brengen

3.5   Ruilen en extra afname

4.     Wet kinderopvang  

4.1   Vierogenprincipe

4.2   Achterwachtregeling  

4.3   Drie-uursregeling

4.4   Mentor

4.5   Vastegezichtscriterium ( bijlage basis rooster)

5.   VVE

5.1 Inzet uren van de peuter

5.2 Uk en puk

5.3 KIJK

5.4 Taal

5.5 Volgen en signaleren

5. 6 Groeps samensteling

5.7 Ouderbetrokkenheid

6.    De dagelijkse gang van zaken

6.1   Onze dagindeling   

6.2   Globale dagindeling van kinderopvang  en BSO

6.3   Globale dagindeling Peuter

6.4   Slapen en rusten

6.5   Spelen en activiteiten

6.6   Uitstapjes

7.     Voeding

7.1   Eet- en drinkmomenten  

7.2   Diëten en allergieën

7.3   Feesten en traktaties

8.     Verschonen, toiletgang en zindelijkheid

9.     Peuterspeelzaal

9.1   Doelstelling

10.     BSO

10.1   Doelstelling

10.2   Dagritme

10.3   Kindplaatsing

11.     Ouders en verzorgers

11.1   Individuele contacten

11.2   Schriftelijke informatie.

11.3   Oudercommissie

11.4   Ouderbijeenkomsten

11.5   Klachtenprocedure  

11.6   Recht op privacy

11.7   AVG

12.     Indeling van onze ruimtes

12.1   Werken met hoeken

13.   Risico-inventarisatie

13.1  Bedrijfshulpverlening

13.2  Veiligheid, verzekeringen & aansprakelijkheid

14.    Samenwerkende instanties

14.1  Plaatselijke basisscholen

14.2  JGZ (Jeugdgezondheidszorg)

14.3  GGD, zaterdag en Verwijsindex

14.4  Veilig Thuis

15.    Organisatie  

15.1  Bestuur   

15.2  Overlegvormen 

16.    Pedagogische beleidsmedewerker/ coach

16.1  Pedagogische beleidsmedewerker

16.2  Pedagogische coach

17.   Tot slot  algemeen er in staan

 

VISIE Elk kind heeft een natuurlijke drang zich te ontwikkeling, kinderen volgen hun eigen ontwikkelingspad in eigen tempo. Om het ontwikkelingspad te begeleiden, stimuleren en het kind te motiveren is het voor ons als opvoeder van belang om continue balans te vinden in de begeleiding die het kind nodig heeft.

.

1. Pedagogische doelstelling

Ons doel is om kinderen te stimuleren en te begeleiden in hun natuurlijke ontwikkeling. Hiermee willen wij de kinderen een goede mogelijkheid geven zich te ontwikkelen tot zelfstandige en evenwichtige mensen met een gezonde basis. Om ervoor te zorgen dat kinderen respect ontwikkelen voor zichzelf en voor anderen en om ervoor te zorgen dat kinderen vertrouwen hebben in hun eigen kunnen en sociaal vaardig zijn. Kortom; om kinderen zichzelf te laten ontwikkelen tot een gebalanceerd persoon. De ouders dragen de zorg voor en opvoeding van hun kind(eren) tijdelijk aan ons over. Daarom hebben de kinderen bij KOV  ’t Wantij te maken met professionele opvoeders: de pedagogisch medewerkers. Zij zijn zich bewust van hun (grote) verantwoordelijkheid en nemen deze taak met veel plezier, positieve energie en deskundigheid op zich. Om de kinderen alle mogelijke ontwikkelingskansen te bieden maar ook een emotioneel veilige omgeving te scheppen, werken wij volgens ‘verantwoorde kinderopvang’ zoals beschreven in de Wet kinderopvang. Wij zorgen ervoor dat

a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan, en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen;

b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, om kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving;

c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, om kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden

d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respect

 

VISSIE: elk kind heeft een natuurlijke drang zich te ontwikkeling, kinderen volgen hun eigen ontwikkelingspad in eigen tempo. Om het ontwikkelingspad te begeleiden, stimuleren en het kind te motiveren is het voor ons als opvoeder van belang om continue balans te vinden in de begeleiding die het kind nodig heeft.

2. Pedagogisch beleid

2.1 Emotionele veiligheid

De basis van al het handelen van de pedagogisch medewerker is het bieden van een gevoel van veiligheid aan het kind, dit doen zij onder andere door een sensitieve en responsieve houding, door veel te praten en uit te leggen en het hebben van respect voor de autonomie. Hierbij is een vertrouwensrelatie met de pedagogisch medewerker onmisbaar; door de houding van de medewerker maar ook door de kans op wennen, wordt deze vertrouwensrelatie opgebouwd. Vaste rituelen, ritme en regels zorgen er voor dat kinderen zich zeker voelen. Vanuit een veilige basis kunnen én durven zij de wereld te ontdekken en zullen zij zichzelf op allerlei ontwikkelingsgebieden gaan ontplooien. Persoonlijk contact met de pedagogisch medewerker, een vertrouwde omgeving en de aanwezigheid van bekende groepsgenootjes dragen bij tot het verkrijgen van een veilig gevoel. Kortom een veilige basis zorgt voor een emotioneel veilige situatie waarin het kind zich verder kan ontplooien in de persoonlijke ontwikkeling.

Structuur en grenzen stellen: Vaste rituelen, ritme en regels zorgen ervoor dat kinderen zich zeker voelen. Bij een duidelijk structuur is er voor een kind voorspelbaarheid in de dag, zij weten waar zij aan toe zijn en wat er gaat gebeuren. Regels en grenzen bieden kinderen duidelijkheid in wat er van hen wordt verwacht. Structuur: Wij bieden opvang in vertrouwde groep. Er is een dag planning met vaste eet-, speel- en slaapmomenten, hierdoor ontstaat er een duidelijke structuur voor de kinderen. Binnen de dag planning zijn diverse rituelen die plaatsvinden. Denk hierbij aan zingen voor het eten of opruimen voor het aan tafel gaan. Daarnaast wordt er structuur geboden door de groepsregels. Deze regels worden positief onder de aandacht gebracht, bijvoorbeeld; ‘wij gaan aan tafel, laten jullie allemaal goed zien dat jullie op jullie billen kunnen zitten?’. Hiermee wordt de regel; ‘aan tafel zitten wij op onze billen’ op positieve wijze benoemd. Bij overschrijding van de grenzen worden kinderen hierop aangesproken. Grenzen stellen aan gedrag van kinderen. Kinderen ontwikkelen zich in de jonge jaren zeer snel, zij dienen hierbij ook te leren dat er grenzen en regels gelden binnen diverse situaties. Aan kinderen wordt daarom niet alleen verteld wat ze wel of niet mogen doen, maar wordt ook uitgelegd waarom dat zo is. Op die manier hopen wij dat de kinderen intrinsiek gaan begrijpen waarom bepaalde dingen wel of niet mogen en die afweging steeds vaker voor zichzelf kunnen maken. Dit is een belangrijk proces om uit te groeien tot een gebalanceerd persoon en wij hopen daaraan te kunnen meedragen.

Daarnaast vinden wij het van groot belang om kinderen op een positieve wijze te benaderen en daarom wordt door middel van positieve aandacht het gewenste gedrag gestimuleerd. Door de groepssituatie waarin kinderen meestal op vanzelfsprekende wijze meedoen met de groep is het corrigeren van kinderen veel minder een item dan in de thuissituatie. Wanneer een kind toch negatief gedrag vertoont, zal de pedagogisch medewerker de volgende stappen ondernemen:

1. Het kind krijgt een waarschuwing, hierbij vertelt de pedagogisch medewerker aan het kind wat zij niet mogen doen en waarom dit niet mag. Eventueel wordt ook het gedrag wat zij wel wensen zien benoemd. ‘je mag niet op de bank springen, want dan kan je er heel hard van af vallen’ of ‘je mag niet met de blokken gooien, straks doe je iemand pijn. Je mag mij wel laten zien wat voor mooie toren jij kunt bouwen met de blokken’ of ‘Nee, je mag geen kinderen slaan, dan krijgen zij pijn!

2. Er wordt vervolgens gekeken naar het individuele kind en nagegaan wat de oorzaak van het gedrag zou kunnen zijn (niet lekker in zijn vel, verveling, onzekerheid, wijziging in de thuissituatie, ontwikkelingsproblematiek). De pedagogisch medewerkers kunnen op deze manier wellicht de oorzaak van het gedrag wegnemen of hier rekening mee houden, zodat het ongewenste gedrag niet nogmaals wordt vertoond.

3. Wanneer een kind na een waarschuwing negatief gedrag blijft vertonen, zal de pedagogisch medewerker het kind op ooghoogte (gehurkt) op rustige, duidelijke wijze nogmaals aanspreken, zoals beschreven bij stap 1.

4. Bij een derde herhaling kan het kind zo nodig voor korte duur op een bepaalde vaste plek neergezet worden om hem even uit de bestaande situatie te halen, de zogenoemde Time-Out. Op deze Time-Out plek wordt het kind in de gelegenheid gesteld om na te denken over zijn of haar gedrag. De duur van de Time-Out hangt af van de leeftijd van het kind, die een minuut per leeftijd betreft: 1 jaar is 1 minuut, 2 jaar is 2 minuten, etc.). Wanneer de tijd om is, gaat de pedagogisch medewerker met het kind in gesprek door de vraag te stellen of het kind weet waarom hij in de Time-Out zit en wat het kind beter kan doen (het gewenste gedrag). De Time-Out wordt altijd positief afgesloten in de vorm van een knuffel of een high-five. Wanneer dingen gevaar opleveren voor kinderen zal de boodschap kort en duidelijk zijn: Dit mag niet. In minder gevaarlijke situatie zal de leidster het kind vanuit zichzelf toespreken: ‘’Ik wil niet dat jij dit doet, want…/ Ik vind…’’. Verder zullen kinderen gestuurd worden door het belonen van gewenst gedrag en het gepast negeren van (ongevaarlijk) ongewenst gedrag: Liever tegen het kind dat lekker zit te eten zeggen: “Wat zit jij goed te eten!” in de hoop dat de buurman ook zijn vork weer ter hand neemt, dan deze buurman confronteren met zijn niet-eten. Indien een kind (plotselinge) gedragsverandering laat zien wordt er tevens naar een oorzaak gezocht (bijv. verandering van slaap- of eetgewoontes, de komst van een broertje of zusje enz.). De groepsleiding speelt hierop in en kan daar evt. in een spel of kringgesprek aandacht aan schenken. Goede oudercontacten zijn hierbij van groot belang, zodat er op de thuissituaties ingespeeld kan worden.

Passend reageren op de signalen van het kind. Wat voor een volwassene onbelangrijk kan lijken is voor een kind soms op dat ene moment het belangrijkste wat er maar is. Het tonen van interesse en begrip hiervoor zorgt ervoor dat het kind zich gehoord en veilig voelt. Als wij communiceren met kinderen gebeurt dit zoveel mogelijk op ooghoogte, waarbij de PMer hurkt, of bijvoorbeeld met zijn allen zittend aan tafel of op de grond. Een PMer maakt zichzelf op die manier gelijkwaardig aan het kind, zodat op één niveau gecommuniceerd kan worden. Ze maakt oogcontact en wacht bij vragen rustig de reactie van het kind af. Daarnaast luistert zij actief naar het kind, dit doet zij door; door te vragen, te knikken, iets te herhalen wat het kind zegt en het verhaal samen te vatten. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de kinderen de gelegenheid krijgen om hun gevoelens zoals boosheid, angst, verdriet en vreugde te uiten. De leidster zorgt dat zij er is voor het kind, dat er ruimte en ook tijd is te luisteren naar deze emoties. We nemen de gevoelens van de kinderen serieus; bij vallen niet ontkennen dat het pijn doet door te zeggen “je bent al zo’n  grote jongen”. Huilen mag! We proberen het gevoel van het kind onder woorden te brengen. (Je vindt het niet leuk hè, dat papa nu weggaat, ik snap dat je daar verdrietig van wordt). Het kind moet zichzelf kunnen zijn, maar we leren het kind ook waar de grens is, wat wel en niet kan (je mag boos zijn, maar je mag niet slaan). Het is belangrijk dat de leidster, luistert, begrip toont, maar ook duidelijke grenzen biedt in de groep. We zijn ons ervan bewust dat je het verdriet van het kind ontkent door het kind af te leiden of iets anders aan te bieden, toch blijkt dit soms een nuttig instrument om het kind over zijn verdriet heen te helpen. Baby’s uiten hun gevoelens doorgaans door te huilen. De leidster zal de oorzaak van dit gedrag opsporen en, als het mogelijk is, wegnemen. Is er geen aanwijsbare reden, dan zal er gekeken worden naar een oplossing waar het kind zich het prettigst bij voelt. In zo’n situatie probeert de leidster het kind gerust te stellen door op een rustige toon tegen het kind te praten, te benoemen wat zij doet, de emoties van het kind te benoemen (wat ben jij verdrietig), en het kind de troost te bieden die het nodig heeft. Daarnaast vinden wij het van belang dat kinderen altijd kunnen terugvallen op de PMers, zij zijn tijdens vrijspeel en activiteiten altijd toegankelijk. Dit uit zich doordat pedagogisch medewerkers altijd contact met alle kinderen van de groep houden, door rustig rond te kijken en zo nodig te reageren op signalen van kinderen. De pedagogisch medewerkers hebben gedurende de hele dag een observerende houding, zij zien elk individueel kind en houden overzicht over de groep. Als een kind een signaal afgeeft, in mimiek, woorden of lichaamshouding reageren zij hierop door met het kind te praten en eventueel emoties te benoemen maar ook door een knuffel of ander lichamelijk contact te bieden als het kind hier behoefte aan heeft. Als pedagogisch medewerkers bij de kinderen weglopen, om bijvoorbeeld iets te pakken, dan benoemen zij aan de kinderen wat zij gaan doen alvorens zij van de kinderen / groep weglopen.

Respect voor de autonomie houdt in dat het kind zelf kan aangeven wat hij/zij prettig vindt en wat niet. Door kinderen aan te spreken op hun individualiteit en zelfstandigheid, krijgen kinderen de kans om dingen zelfstandig uit te proberen, initiatief te nemen, mee te denken en keuzes te maken. Hierdoor voelen kinderen zich gezien en gehoord als een eigen persoon en ontwikkelen zij verantwoordelijkheidsgevoel.

Praten en uitleggen; De PMers communiceren voortdurend met de kinderen waar zij hen in voorzien van uitleg en het handelen van zowel henzelf als dat van de kinderen benoemen. Op deze manier worden de omgeving en gebeurtenissen die zich hierin afspelen voorspelbaar voor de kinderen. De PMer benoemt zoveel mogelijk haar handelingen aan de kinderen. Zij vertelt de kinderen wat zij doet maar geeft ook vooraf aan wanneer zij iets van plan is om te gaan doen. Indien de situatie het toelaat wacht zij eerst de reactie van het kind af. Dit kunnen kleine verklaringen zijn zoals; ‘ik ga even fruit snijden’ tot verklaringen die iets zeggen waarom kinderen iets moeten doen zoals; ‘wij gaan met zijn allen opruimen zodat we

2.2 Persoonlijke ontwikkeling van de kinderen

Elk kind is uniek en waardevol. Wij accepteren kinderen zoals ze zijn en wij hebben vertrouwen in het vermogen van kinderen. Kinderen hebben vanaf de geboorte een innerlijke motivatie om te leren lopen, praten en contact te maken met anderen. Zij leren wat nodig is voor het leven. Kinderen leren binnen het eigen vermogen, tempo en op een geheel eigen wijze. Het eigen en unieke ontwikkelingstempo van het kind is voor ons maatgevend in de begeleiding van de kinderen.

Binnenruimten

De groepsruimte is zodanig ingericht dat de kinderen op een veilige manier kunnen spelen en ontdekken. De indeling van de groepsruimte biedt kinderen de mogelijkheid om zelf keuzes te maken. Er zijn allerlei hoeken gecreëerd zodat kinderen in kleine groepjes of alleen kunnen spelen, maar ook kunnen kiezen in welk hoekje zij willen spelen. Zij kunnen kiezen om rustig te spelen in bijvoorbeeld de poppenhoek of voor een hoek waar zij een beweeglijk spel kunnen doen. Het zijn flexibele en uitdagende indelingen van de ruimte, waarbij de zelfstandigheid van het kind gestimuleerd wordt en de ontwikkeling wordt uitgedaagd. Het speelgoed wordt divers ingekocht, zodat er aan verschillende vaardigheden aandacht kan worden besteed. Zo is er speelgoed dat de motorische vaardigheden stimuleert (bijv. stapel- en magneetspelletjes), cognitieve vaardigheden uitdaagt (puzzels, boekjes), rollenspel mogelijk maakt (keukenhoekje, poppen), en fijne en grove motoriek oefent (bal, glijbaan). Op deze manier is er veel diversiteit en keuze voor de kinderen. Het speelgoed wordt uitnodigend uitgestald op kinderhoogte (voor zover mogelijk). Kinderen kunnen dan zelf kiezen waar zij mee willen spelen.

Buitenruimten

Wij vinden het belangrijk dat kinderen vaak buiten spelen. We streven er naar om minimaal één keer per dag met kinderen die kunnen lopen naar buiten te gaan, waar zij keuze hebben uit verschillende materialen en speelmogelijkheden. De buitenruimte is zodanig ingericht dat kinderen uitgedaagd worden om de wereld om hen heen te ontdekken en buiten iets te beleven, maar tegelijkertijd ook veilig zijn. Zo liggen er op onze speelplaatsen bijvoorbeeld matten met val dempende werking om de speeltoestellen heen.

Motorische vaardigheden

Elke leeftijdsgroep loopt zijn eigen ontwikkeling door en dient hierbij passend gestimuleerd en begeleid te worden. De motorische vaardigheden kenmerken zich te allen tijde door de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek. De grove motoriek omvat grote bewegingen zoals rollen, kruipen en lopen. De fijne motoriek bevat kleine bewegingen waar meer aandacht en concentratie voor nodig is, zoals tekenen, de pincetgreep en kralen rijgen.

BABY

Baby’s Bij de jonge baby’s draait alles vooral om tast, alles moet worden aangeraakt en gevoeld. De jonge baby’s leren vooral om hun lichaamsdelen te besturen, dingen vast te pakken, hun hoofdje te draaien naar iets leuks toe en te voelen wat hard en zacht is. De iets oudere baby’s leren om zelf te gaan zitten en zich om te draaien. In de volgende fase draait het vooral om mobiliteit. Van bilschuiven naar kruipen naar lopen leert ieder op zijn eigen manier zichzelf voort te bewegen. Onze PMers stimuleren dit door aanmoediging en heel veel lof! Niet alleen de grove motoriek komt te pas, maar natuurlijk ook de fijne motoriek. Hiervoor hebben wij allerlei speelgoed met bijvoorbeeld kraaltjes die voorzichtig moeten worden verplaatst, schuifspelletjes, blokjes die moeten worden gestapeld en nog veel meer. Hoe wij de motorische vaardigheden van de baby’s in de praktijk stimuleren:

• Baby’s tot 6 maanden:

✓ We houden regelmatig verschillende speeltjes op kijkafstand voor een baby. Dan leert hij verschillende voorwerpen herkennen en onderscheiden.

✓ We hangen een mobile boven zijn bed hangen/box/kleed

✓ We leggen hem afwisselend met zijn hoofdje naar de ene en naar de andere kant.

✓ Het eerste jaar is de gevoelige periode voor het leren luisteren. We helpen het kind in zijn luisterontwikkeling door regelmatig te spelen met speeltjes die geluid maken, zoals een rammelaar of een muziekdoosje.

✓ We praten en zingen met de kinderen: dat is ook goed voor zijn luisterontwikkeling.

✓ We leggen het kind regelmatig even op zijn buik. Dan kan hij oefenen om zijn hoofd op te tillen.

✓ Begint hij te grijpen met zijn handjes? Dan geven we hem regelmatig iets om vast te houden. Een speeltje bijvoorbeeld, maar hij vindt vingers ook heel leuk.

✓ We laten de baby regelmatig oefenen met omrollen. We leggen hem op een kleed op de grond en moedigen hem aan.

✓ Wij bieden verschillen sensomotorische materialen aan ( zoals knisperboekje, hard en zacht materiaal, materiaal van verschillende structuren) zodat het kind wordt gestimuleerd op sensomotorisch gebied.

 • Baby’s vanaf 6 maanden:

✓ Rond 8 maanden kunnen we kiekeboe-spelletjes doen met het kind. Zo oefenen we het ‘weg’ zijn van speeltjes onder een doek. Je kunt ook zelf je hoofd om de hoek van de deur steken.

✓ We leggen de baby op een kleed op de grond en leggen een speeltje net iets buiten zijn bereik. Hij gaat dan proberen of hij het kan pakken. Wij geven kinderen letterlijk de ruimte om te bewegen.

✓ We geven hem een broodkorst of soepstengel om te leren kauwen.

✓ Rol een zachte bal naar de baby. En laat hem (terwijl hij zit of ligt) proberen om hem terug te rollen.

✓ Doe de geluidjes en gezichtsuitdrukkingen van het kind na; daar moet hij vaak erg om lachen.

• Dreumes. Wanneer kinderen eenmaal kunnen lopen wordt hun wereld ineens een stuk groter en zullen zij deze grotere wereld ook steeds verder gaan verkennen. Zo zullen zij gaan oefenen met ingewikkeldere motorische vaardigheden zoals klimmen, rennen, zelfstandig eten en drinken, zelfstandig aan- en uitkleden, het rollen van de bal, het schoppen tegen de bal, het bouwen van torens en het tekenen met een potlood. Daarnaast stelt het hen in staat om activiteiten van volwassenen in spelvorm na te doen. Hoe wij de motorische ontwikkeling van de dreumes in de praktijk stimuleren:

✓ Bied je handen aan, aan het kind en laat hem zichzelf zo optrekken tot stand.

✓ Zet een aantal stoelen naast elkaar zodat hij zich daaraan vast kan houden als hij loopt.

✓ Stoei regelmatig met de dreumes.

✓ Samen dansen is nu ook heel leuk om te doen. Eerst houden we kind op de arm, en later kan hij zelf dansen.

✓ Laat het kind lekker trommelen met houten lepels op een doos.

✓ Laat hem verschillende materialen voelen: een blokje hout, een zijden lapje, een borsteltje of een zeem. Praat met hem over de verschillen.

• Peuters. Peuters ontwikkelen de eigen ik en raken zich steeds bewuster van zichzelf en de eigen gevoelens en behoeftes. Zij willen het liefst alles zelf doen en kunnen ook al een heleboel zelf: van het aantrekken van de sokken en schoenen, tot fietsen op een driewieler. Kinderen maken zich zo zelfstandig allerlei motorische vaardigheden eigen. Daarnaast zullen kinderen in de peuterperiode gaan oefenen met het plassen en poepen op de wc, wat een uitdagende, leuke, maar ook spannende periode is voor kinderen. Hoe wij de motorische ontwikkeling van de peuter in de praktijk stimuleren:

• Tot 3 jaar:

✓ Geef het kind de ruimte om lekker te ravotten. Hij kan nu goed rennen en klimmen. Daarmee kan hij zich goed uitleven. Ga daarom lekker buiten spelen met de kinderen.

✓ Geef het kind een veter en wat grote kralen om eraan te rijgen.

✓ Laat het kind helpen met tafeldekken.

✓ Schmink het kind als een dier en laat hem de bijbehorende geluiden en bewegingen maken.

✓ Biedt divers constructiemateriaal aan waarmee het kan bouwen.

✓ Biedt verschillende soorten knutselactiviteiten aan met diverse materialen. Naarmate het kind ouder wordt kan de activiteit een steeds meer opdracht gevende activiteit worden.

✓ Stimuleer het kind dingen zelf te doen, van zelf eten tot zelf aan en uitkleden. Zeg tegen het kind dat hij het eerst zelf moet proberen. En dat je hem helpt als het niet lukt.

• Tot 4 jaar

✓ Stimuleer het kind tot zindelijkheid door het kind overdag zonder luier te laten rondlopen, zodat hij zelf voelt wanneer hij moet plassen. Houd je hierbij aan de richtlijnen zoals beschreven bij toiletgang en zindelijk worden

✓ Leer het om zelf te doen. Kleren en schoenen aan- en uittrekken, handen wassen, naar de wc gaan.

✓ Ga samen bellen blazen. Let erop dat hij het flesje met sop niet omkeert.

✓ Geef het kind een loopfietsje of een driewieler om op te fietsen.

✓ Laat het kind zelf zijn eigen boterham smeren.

✓ Laat het kind een tekening maken en hem daarna vertellen wat hij heeft getekend.

✓ Biedt divers constructiemateriaal aan waarmee het kan bouwen.

✓ Biedt verschillende soorten knutselactiviteiten aan met diverse materialen waarbij je een opdrachtje kan geven. Zoals, plak al deze rondjes binnen de lijntjes van de bloem.

✓ Geeft de kinderen vrijheid om te bewegen, te rennen en te klimmen in de buitenruimte.

 Toiletgang en zindelijk worden Wanneer de ouders van het kind thuis met zindelijkheidstraining bezig zijn en het kind er zelf aan toe is, kan dat op het kinderdagverblijf worden voortgezet. Het wordt spelenderwijs gedaan. Er zijn ook kinderboekjes aanwezig over het potje en zindelijk worden. Kinderen die aangeven zelf te willen plassen krijgen die ruimte op onze kleine kindertoiletten die op kinderhoogte zijn geplaatst. Deze kinderen mogen zonder luier rondlopen. Wanneer er ongelukjes gebeuren, wordt er geen negatieve aandacht aan geschonken. Er wordt altijd geprezen als het kind een plas op de wc doet. Kinderen die zelf naar het toilet kunnen gaan, doen dit onder begeleiding van onze pedagogisch medewerkers, naarmate het kind ouder wordt zal deze begeleiding steeds minder worden.

Creatieve vaardigheden. Kinderen zijn van nature heel creatief ingesteld en zien overal iets in. Wij stimuleren deze van nature aanwezige creativiteit met dans, spel, muziek, geknutsel en nog veel meer. Wij werken met thema’s. Deze thema’s komen uit de “uk en puk methode. Deze thema’s lopen erg uiteen en zijn heel gevarieerd zoals bijvoorbeeld welkom Puk, regen, ik en mijn lichaam en nog veel meer. Bij het creatieve spel gaat het erom dat de kinderen actief bezig zijn, het leuk vinden en er iets van leren. Het resultaat is daarbij ondergeschikt aan het proces. De knutselwerkjes worden opgehangen op de groepen, om vervolgens te worden meegegeven aan de ouders. Bij baby’s staat het ontdekken van de zintuigen centraal bij de creatieve ontwikkeling. Zo mogen zij kliederen met verf of water en andere sensomotorische materialen ontdekken met tast, zicht maar ook met de mond. Tevens worden er geluid producerende materialen aangeboden voor het gevoel van ritme, om muziek te maken en te verwonderen over alle prachtige klanken die er bestaan. Dreumesen gaan steeds gerichter werken aan knutselwerkjes, echter wisselt verven met een kwast zich nog rap af met verven met vingers, om te voelen en ontdekken. De dreumes krijgt de ruimte om te ontdekken en wordt op andere momenten weer gestimuleerd een creatieve activiteit met een opdracht-element te doen, zoals bijvoorbeeld plakken. Tevens wordt er gezongen, muziek gemaakt en gedanst om het creatieve brein te prikkelen. Peuters zijn in staat om gerichter knutselwerkjes te doen, zij krijgen kleine opdrachtjes. De opdrachten nemen echter nooit de creativiteit van het kind weg, mocht het kind het anders willen of doen, dan is hier alle ruimte voor

De cognitieve ontwikkeling is het proces van leren, het gaat hierbij om het eigen maken van kennis, maar ook over denken, bewustzijn, concentreren, onthouden, het waarnemen en het verwerken van informatie, en het terughalen en toepassen van de informatie op een later moment.

BABY

Vanaf baby af aan maken kinderen al een ontwikkeling door op cognitief gebied en naarmate zij ouder worden maken kinderen steeds meer cognitieve vaardigheden eigen, welke zij uiteindelijk in kunnen zetten op school en in de maatschappij. De pedagogisch medewerkers sluiten zoveel mogelijk aan op de verschillende leeftijden en ontwikkelingsfases van de kinderen: Baby De eerste zeven maanden kan een baby nog niet echt denken. Al zijn acties en reacties zijn reflexen, die automatisch gebeuren zonder erbij na te denken. Een baby ervaart iets, reageert daar in een reflex op en voelt wat daarvan het effect is. Vanaf de derde maand kan hij bewegingen herhalen. Daarmee komt de baby in een cirkel terecht van waarnemen en doen; de baby ervaart iets, reageert reflexmatig, ervaart het effect, herhaalt de handeling en ervaart het effect opnieuw: daar leren zij van!

- Vanaf een maand of 4 komen baby’s er achter dat een bepaalde handeling tot een bepaald gevolg leidt, waardoor het bijvoorbeeld ontzettend interessant is om met de voetjes tegen een hekje te tikken, want dat maakt geluid!

- Vanaf 6/7 maanden kan een baby doelgericht acties ondernemen. Hij kan dan van tevoren bedenken dat hij iets wil gaan doen en het dan doen. De acties zijn dan niet meer toevallig. Wij proberen baby’s dan ook elke dag nieuwe indrukken te geven waar zij op kunnen reageren. Hiervoor hebben wij speelgoed die bepaalde reacties uitlokt. Denk hierbij aan spiegeltjes of speelgoed dat geluidjes maakt als je ergens op drukt of aan trekt.

 -Vanaf 10 maanden leren kinderen dat personen blijven bestaan wanneer zij uit het zicht zijn, zoals een pedagogisch medewerker die even wegloopt om een fles te maken. Op deze leeftijd is het dan ook maar wat leuk (en goed) om verdwijnspelletjes zoals kiekeboe te spelen of materialen te verstoppen onder een doek en kinderen hiernaar te laten zoeken.

DREUMES

Dreumesen beginnen langzaam maar zeker een beetje te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. De van nature aanwezige nieuwsgierigheid zorgt voor veel nieuwe indrukken, die de cognitieve ontwikkelingen stimuleren. Ze leren simpele opdrachten te begrijpen en je kunt ze vragen om iets voor je te doen, zoals het brengen van een bal of het nadoen van het geluid van een poesje. De pedagogisch medewerkers vragen dan ook zoveel mogelijk om medewerking van de dreumesen en geven hen kleine opdrachtjes zoals het pakken van een bal, het aangeven van een luier, het brengen van bekers naar de tafel, etc. Een kind leert in deze fase ook dingen gebruiken waar ze voor bedoeld zijn. Met een kam wordt het haar van een pop gekamd en een auto is om mee te rijden. Verder is te zien dat het oorzaak-gevolg denken zich verder ontwikkelt en leren dreumesen dat bepaalde acties tot een bepaald gevolg leiden. Het omduwen van een net gebouwde toren is dan ook maar wat interessant! Tot slot leren dreumesen door middel van imiteren, waardoor de kinderen en volwassenen om hen heen de grootste leermeester zijn.

PEUTERS

- Peuters ontvangen al wat moeilijkere opdrachten, omdat het taalbegrip zich ook steeds meer uitbreidt. Wij stimuleren dit door bijvoorbeeld samen het speelgoed op te ruimen, waarbij kleine opdrachten worden gegeven aan de kinderen; “Stop jij alle auto’s maar in deze blauwe bak” of “leg jij alle groene ballen maar in deze witte mand”. In tegenstelling tot dreumesen, kunnen peuters al veel beter de gevolgen van hun acties inzien voordat zij iets doen, wat maakt dat zij steeds beter vooraf gaan nadenken voordat zij iets gaan doen. Het geweten van peuters ontwikkelt zich, wat maakt dat zij begrijpen waarom sommige dingen niet mogen.

Taalvaardigheid Vanaf het moment dat kinderen geboren worden, staan zij al in contact met de wereld om zich heen en komen zo al heel jong in contact met taal. Kinderen horen taal, waardoor hun woordenschat zich uitbreidt. Onze pedagogisch medewerkers praten dan ook vanaf baby af aan al met de kinderen, want doordat wij met kinderen praten, vergroot de woordenschat zich en dagen wij kinderen uit om terug te communiceren.

BABY

De eerste zes weken kan een baby alleen maar huilen om iets aan jou duidelijk te maken. Baby’s hebben dan ook veel baat bij het horen van taal om zich heen, om een geborgen en veilig gevoel te ervaren

-Vanaf 6 weken beginnen de verschillende geluidjes. Dit zijn toevallige geluidjes die ontstaan wanneer hij zijn mond beweegt. Alle kinderen over de hele wereld maken in deze fase ongeveer dezelfde geluidjes, ongeacht welke taal zij spreken. Zodra jij terugpraat tegen je kind (dezelfde geluidjes terug maakt) dan stimuleer je je kind daarmee om nog meer geluidjes te gaan maken en om nieuwe geluidjes uit te proberen.

-Tussen 5 en 9 maanden gaat je kind steeds meer oefenen met de verschillende klanken die hij kan maken. Hij luistert naar de klanken die hij zelf maakt en herhaalt ze. Dat doet hij harder en zachter en op verschillende toonhoogtes. Als jij reageert op zijn klanken, dan wordt hij stil: hij luistert naar je.

-Vanaf 9 maanden gaat je kind de geluiden die jij maakt steeds meer nadoen. Hij luistert goed naar alles wat jij zegt. Bovendien krijgt hij steeds meer door hoe een gesprekje gaat. Hij speelt met klanken en maakt daar steeds meer patronen mee.

-Tegen 12 maanden gaat dit brabbelen lijken op woordjes en zinnetjes. De baby kan nu een verhaaltje vertellen met de juiste toonhoogte, klanken en zinsmelodie, terwijl hij geen bestaande woorden zegt.

DREUMES

Een belangrijke stap in de taalontwikkeling van je dreumes is dat hij begrijpt dat taal een symboolfunctie heeft. Op een bepaald moment gaat je kind begrijpen dat je met een woord kunt verwijzen naar dingen, situaties en emoties. Alles heeft een naam en ineens wordt je kind nieuwsgierig naar alle namen; hij gaat wijzen naar voorwerpen waarvan jij moet zeggen hoe ze heten. Wij stimuleren dit door alles wat het kind aanwijst met veel plezier te benoemen en ook zelf te wijzen naar dingen en te vragen hoe die heten. Na het eerste woordje volgen er steeds meer.

PEUTER

- Vanaf 2,5 jaar krijgt je kind steeds meer inzicht in de regels van de grammatica. Ze leren in deze fase het verschil tussen enkelvoud en meervoud en hoe je dat toepast, uiteraard met de nodige foutjes (koe-en of autoen). De pedagogisch medewerkers begeleiden de kinderen in het toepassen van de grammaticaregels, door te herhalen wat zij vertellen in de juiste vorm, dus door bijvoorbeeld te zeggen: ‘’Heb jij dat lekker opgegeten?’’, nadat een kind verteld: ‘’Ik heb het opge-eet’’. Wij proberen de ontwikkeling van de taalvaardigheden zoveel mogelijk te stimuleren door veel te praten met de kinderen, door heel veel wat wij en de kinderen doen te benoemen, door op een grammaticaal correcte manier met de kinderen te praten, door boekjes voor te lezen en liedjes te zingen, door spelletjes met kleuren en woorden met de kinderen te spelen en en door heel geduldig te zijn en het leuk te maken de taal te leren! Zelfstandigheid er wordt veel aandacht besteed aan de zelfstandigheid en het zelfvertrouwen van de kinderen. De kinderen hebben er vaak veel plezier in om zelf iets te kunnen en wij vinden dit belangrijk, omdat zelfstandig dingen proberen en laten slagen, en ontdekken waar je goed in bent, het kind zelfvertrouwen geeft. De pedagogisch medewerker laat het kind zoveel mogelijk vrij in dit proberen en ontdekken. Zij stimuleert dit door het geven van tips of het bieden van uitdaging.

Activiteiten;

JONGE KINDEREN

Bij de baby’s staat een groot deel van de dag in het teken van verzorging. Tijdens de verzorging wordt er met de kinderen gepraat. Er wordt regelmatig gezongen en geknuffeld. Zodra de baby’s kunnen zitten, nemen ze deel aan de kring waarin liedjes worden gezongen. Het aanbod van speelgoed wordt aangepast op de leeftijd en er wordt voldoende variatie aangeboden.

OUDEREN KINDEREN

In het dagritme zijn enkele vaste activiteiten opgenomen, zoals het samen zingen en eten in de kring. Daarnaast is er veel ruimte voor de peuters om zelf te spelen. Ons speelgoed staat op kin hoogte uitgestald en kinderen kunnen zelf kiezen uit een gevarieerd aanbod. Op vaste tijden worden activiteiten aangeboden om bezig te zijn, maar ook om kennis te maken met allerlei materialen en spelletjes. De uitdaging zit in de variatie van het aanbod; Denk hierbij aan knutselactiviteiten, spelletjes, sensomotorische activiteiten (spelen met zand, water, klei), bewegingsactiviteiten. Activiteiten binnen de peutergroep zijn, behalve vrij spelen waarin de fantasie en het samenspelen belangrijk zijn, ook gerichte opdrachten. Deze opdrachten zijn nooit verplicht: kinderen worden niet gedwongen om iets te maken of te doen. De pedagogisch medewerkers maken het werk ook niet af. Het is niet belangrijk dat het product iets voorstelt; veel belangrijker is dat kinderen kennismaken met diverse materialen en leren om hun creativiteit te uiten. Zo kan het zo zijn dat de boom van het ene kind eruit ziet als een cirkel met roze strepen en dat die van het andere kind eruit ziet als een bruine streep met gekleurde stippen. De groepen wisselen soms ook onderling materialen uit.

THEMA GERICHT WERKEN “UK en PUK”

 Op de groepen wordt themagericht gewerkt, waarbij wij ons laten inspireren door de thema’s van het VVE programma Uk en Puk. Hierbij kan gedacht worden aan thema’s als ‘’Dit ben ik!’’, ‘’Eetsmakelijk’’, Oef wat warm!’’ en ‘’Hatsjoe!’’. Aan de hand van deze thema’s worden (knutsel)activiteiten georganiseerd, boekjes gelezen en kringactiviteiten uitgevoerd. Deze materialen worden bewaard in speciale opbergkisten die, behalve thematisch speelgoed, ook allerlei ideeën voor activiteiten bevatten. Om de twee maanden wordt er weer een ander thema geïntroduceerd en in de maanden november en december houden wij ons bezig met Sinterklaas en Kerst aan de hand waarvan weer toepasselijke activiteiten worden georganiseerd zoals het knutselen van een Sinterklaas, het versieren van een kerstboom en het maken van pepernoten.

Ontwikkelingsstimulering: Hierboven is al omschreven op welke wijze kinderen zich ontwikkelen binnen de verschillende ontwikkelingsgebieden en hoe de pedagogisch medewerkers hierop aansluiten. Door de juiste manier van communiceren en de juiste houding kunnen pedagogisch medewerkers de kinderen net een stapje verder brengen in de ontwikkeling. Dit doen de pedagogisch medewerkers van ’t Wantij ook door

• Het aanbieden van vernieuwend materiaal, wat de kinderen verwondert en stimuleert tot onderzoeken en ontdekken.

• Het meespelen met de kinderen, waar het spel uitgebreid en of verdiept wordt, zodat kinderen net een stapje verder maken in de ontwikkeling. Denk hierbij aan kinderen die met krijt op een krijtbord aan het tekenen zijn, waaraan de pedagogisch medewerker vraagt: ‘’Wat ben jij aan het tekenen?’’ en de tekening uitbreidt door te vragen: ‘’Wauw een huis, ik zie het, en wie wonen er in dat huis?’’. Het kind wordt nu uitgedaagd om te vertellen over de personen die er wonen en deze eventueel te tekenen. De regie van het spel blijft echter altijd bij de kinderen.

• Met de kinderen in gesprek te gaan gedurende de dag. Door niet meteen antwoord te geven op vragen, maar kinderen eerst zelf te laten nadenken én daarnaast zelf open vragen te stellen aan de kinderen worden kinderen uitgedaagd om te redeneren en te overleggen, en daarnaast zelf met een oplossing te komen. Denk hierbij aan een kind dat een toren maakt met blokjes en aan de pedagogisch medewerker vertelt dat zijn toren telkens in elkaar valt. De pedagogisch medewerker ziet dat het kind de toren probeert te maken door de blokjes verticaal op elkaar te stapelen en vraagt: ‘’Ik zie het, de blokjes vallen om. Hoe zouden we de toren anders kunnen bouwen, zodat de blokjes wel blijven staan?’’. Door middel van deze vraag wordt het kind uitgedaagd om te zoeken naar een andere manier van bouwen met de blokjes.

2.3 Normen en waarden

Het eigen maken van normen en waarden is voor de morele ontwikkeling van kinderen erg

belangrijk. Zowel binnen als buiten de groep zullen zich op dit gebied veel leermomenten

voordoen. (bijv. pijnlijke en verdrietige situaties, ruzies of een maatschappelijke gebeurtenis).

Door de reacties van onze medewerkers op bepaalde situaties, leren kinderen wat wel en wat niet goed is. Wij hechten dan ook veel waarde aan een juiste voorbeeldfunctie. Wanneer de pedagogisch medewerkers aan de kinderen laten zien hoe zij anderen kunnen waarderen en respecteren (complimentjes geven, luisteren), sociaal kunnen zijn (vragen stellen, helpen waar nodig), eerlijk kunnen zijn (zeggen wat je doet en consequent blijven), zorgvuldig om kunnen gaan met spullen (spullen rustig neerleggen, de ruimte netjes en opgeruimd houden) en respect kunnen hebben voor de privacy van anderen (kinderen in alle rust laten plassen op de wc en de ruimte geven om zich even terug te trekken op de bank met een boekje), kunnen kinderen dit op hun beurt weer in de praktijk toepassen. Door in vergaderingen met elkaar te praten over een gebeurtenis/situatie kom je dichter bij elkaar en heb je het over de normen en waarden.

2.4 Sociale ontwikkeling van het kind

In de eerste levensjaren leren kinderen de beginselen van de sociale omgang met zichzelf en anderen, waardoor een belangrijke basis wordt gelegd op sociaal gebied. Kinderen ontwikkelen zich van een individu dat nog erg op zichzelf gericht is, tot een individu dat in interactie staat met de mensen om zich heen. Jonge kinderen zijn nog erg op zichzelf gericht en moeten nog leren wat een ander wel of niet leuk vindt. Naarmate zij ouder worden, raken kinderen zich steeds meer bewust van de gevoelens en behoeftes van anderen en kunnen hier op hun beurt steeds beter rekening mee houden.

SAMENSPEL De groep heeft een belangrijke functie, want kinderen maken deel uit van de samenleving. De kinderen worden gestimuleerd om elkaar te waarderen, te helpen, te respecteren en rekening te houden met elkaar. Daarnaast wordt de kinderen geleerd dat ze niet alleen aan zichzelf maar ook aan anderen moeten denken. Dit betekent dat het kind even moet wachten totdat de ander uitgepraat is of totdat de ander klaar is met een bepaald speeltje, waarbij sociale vaardigheden als naar elkaar luisteren en delen komen kijken. Wij stellen kinderen in de gelegenheid om vanuit het kinderdagverblijf de wereld om hen heen te ontdekken. Alle kinderen maken een eigen ontwikkeling door, zo ook in hun sociale ontwikkeling, waarin karakter en leeftijd van een kind een rol spelen. De pedagogisch medewerkers sluiten dan ook zoveel mogelijk aan op de verschillende ontwikkelingsniveaus, leeftijden en karaktereigenschappen van de kinderen.

BABY:

De baby’s zijn vooral individueel bezig. Ze beleven plezier aan elkaar door o.a. naar elkaar te kijken, te luisteren en elkaar aan te raken. De pedagogisch medewerker stimuleert het samen liedjes zingen, boekjes lezen, spelletjes doen en knutselen. Ook worden de baby’s regelmatig naast elkaar gelegd of tegenover elkaar gezet, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om verbaal en non-verbaal contact te maken met elkaar. Het verschonen en voeden zijn dé momenten dat de kleine baby's extra aandacht krijgen, door met ze te knuffelen, te praten en spelletjes te doen.

DREUMES:

In de dreumesleeftijd is het leren door te experimenteren ook op sociaal gebied terug te zien. Zo onderzoekt een dreumes hoe ver hij kan gaan en leert door middel van de reacties hierop wat wel en wat niet mag (sociale vaardigheden). Duidelijke en tijdige grenzen vanuit de pedagogisch medewerkers zijn dan ook van groot belang. Omdat dreumesen zich nog niet zo goed in andere kunnen verplaatsen, is het samenspelen met andere kinderen ook nog lastig en daarom spelen dreumesen voornamelijk naast elkaar. Dit naast elkaar spelen is al een stap in de richting van samenspelen en daarom geven wij dreumesen hier ook de ruimte toe. De dreumesen leren namelijk door te observeren en kijken zo naar elkaars spel.

PEUTER:

Bij de grotere kinderen wordt het groepsgebeuren belangrijker. De kinderen zijn meer gericht op het met elkaar samenzijn in de groep. Ze leren dat ze niet alleen aan zichzelf moeten denken maar ook rekening moeten houden met de andere (kleinere) kinderen. Toch zijn peuters ook nog niet volledig in staat om zich te verplaatsen in de gevoelens en behoeftes van anderen en zijn vooral rond de 2 jaar de eigen gevoelens en behoeftes nog het allerbelangrijkste (de ontwikkeling van de eigen ik). Vanaf zo’n drie jaar beginnen peuters zich wel meer in te leven in de gevoelens en behoeftes van andere mensen. De pedagogisch medewerker stimuleert de oudere kinderen om mee te helpen met de verzorging van de kleine baby's door hen bijv. het speentje te laten geven of te troosten door het wipstoeltje te wiegen. Op deze wijze oefenen kinderen met de sociale vaardigheden.

2.5 Omgang met zieke kinderen

Wij verwachten van ouders dat onze medewerkers worden geïnformeerd bij ziekte van een

kind en/of (eerder) toegediende medicatie. Als het kind medicatie mee heeft naar kinderopvang, moeten de ouders hiervoor een handtekening zetten.

Mocht het nodig zijn dan zullen wij contact opnemen met de GGD. (bijv. in geval van een besmettelijke ziekte)

Alle ouders zullen, bij besmettelijke ziektes, direct op de hoogte worden gebracht. Ouders

kunnen dan extra alert zijn bij hun eigen kinderen.

Mocht een kind niet lekker in zijn vel zitten of een lichaamstemperatuur hebben boven de

38,5 dan zullen wij te allen tijde contact opnemen met de ouders. Dit is noodzakelijk omdat het personeel niet adequaat genoeg is opgeleid om dergelijk zieke

kinderen te verzorgen maar ook omdat er onvoldoende tijd is om een ziek kind de verzorging

te kunnen geven die het nodig heeft In overleg met de medewerkers van ´t wantij en eventueel de GGD wordt bepaald of u kind wel of niet naar de opvang mag als die een besmettingsrisico opleveren voor andere kinderen. Daarnaast willen wij het risico op besmetting naar andere kinderen zoveel mogelijk voorkomen.

 

2.6 vaccinatie

We hanteren de regels van GGD Nederland. In het beleid van de GGD Nederland staat dat het niet wettelijke is verplicht om aan het rijksvaccinatieprogramma deel te nemen. Tijdens het intake gesprek wordt de vraag gesteld of ze hun kindje hebben laten inenten. Ouders zijn dit dan ook verplicht om dit ook aan de kinderopvang te laten weten, vervolgens wordt dit op het intakeformulier meegenomen. Als bekend is dat bepaalde kinderziektes op kinderopvang

't Wantij heersen, zorgt de pedagogisch leidster er altijd direct voor dat de hygiëneregels verder worden opgeschroefd. Zo beperken we de kans op verspreiding zoveel mogelijk. Ook informeert de kinderopvang de ouders dat er een kinderziekte heerst en over eventuele maatregelen die ouders moeten nemen.

2.7. Observeren en signaleren

Tijdens het werken met kinderen zijn wij uiteraard ook bezig met de ontwikkeling van kinderen. Om de ontwikkeling goed te kunnen volgen wordt er gewerkt met KIJK!.

KIJK! Is een observatie- en registratiesysteem. Met KIJK! volgen en registreren wij stap voor stap de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar. Zo weten we precies hoe ver de kinderen zijn in hun ontwikkeling en kunnen daar handig op in spelen met de handelingsgerichte tips en activiteiten van KIJK!. Zo krijgt elk kind nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden passend bij elk individueel kind.

Met KIJK! volgen we specifiek de volgende onderdelen:

Cognitief
Omgaan met jezelf

Omgaan met de ander

Kleine motoriek

Grote motoriek

Taalontwikkeling

De observatielijsten worden ingevuld door de  mentoren, die het kind gedurende de meeste momenten verzorgen. Binnen de KOV hebben we drie mentoren. Samen met andere pedagogisch medewerkers worden deze ingevulde lijsten besproken.

Wij proberen hierdoor een zo goed en zo breed mogelijk beeld van een kind te krijgen. Daarnaast worden tijdens de teamvergaderingen de ontwikkelingen van diverse kinderen besproken. Zo wordt iedereen op de hoogte gebracht van alle ontwikkelingen.

Mochten wij bepaalde bijzonderheden signaleren, dan bespreken wij deze uitvoerig binnen het team. Zodra wij een duidelijk beeld hebben, bespreken wij onze bevindingen met de ouders/verzorgers. Tijdens dit gesprek worden eventuele actiepunten in kaart gebracht. Indien de situatie externe hulp vereist, zullen wij ouders doorverwijzen naar een instantie die hen verder kan begeleiden, zoals het consultatiebureau.

2.8  Scholing personeel

Aangezien wij met enorm veel passie en enthousiasme met de kinderen werken en wij ook veel aandacht besteden aan hun persoonlijke ontwikkeling staat geschoold personeel bij ons hoog in het vaandel. Wij geven de kinderen op die manier een zo optimaal mogelijke basis mee. Wij volgen dan ook geregeld met ons team vernieuwende en/of aanvullende cursussen. Daarnaast volgen zij ook individueel cursussen; BHV, Kinder EHBO etc.

Binnen kinderopvang  ‘t Wantij zijn er 3 leidsters met een pedagogisch niveau 5 diploma, 2 pedagogische medewerkers met een niveau 4 diploma en 2 met een HBO diploma. Deze krachten zorgen samen voor een variatie van kennis!  Deze veelzijdigheid aan kennis zetten wij dan ook elke dag in om de kinderen zo goed mogelijk te kunnen begeleiden.

Alle pedagogisch medewerkers hebben de Taaleis 3F goed afgerond.

Vanaf juli 2019 hebben we twee HBO coaches binnen de kinderopvang.

Daarnaast is de kinderopvang  geabonneerd op een aantal vakbladen o.a  Boink en het Management tijdschrift Kinderopvang.

2.9 Uitstroom richting basisonderwijs

De kinderen binnen onze kinderopvang worden voorbereid op hun overgang naar de basisschool. Meestal maken de kinderen die naar de kinderopvang  gaan ook gebruik van de peuterspeelzaal. Tijdens de peuterspeelzaalperiode leren ze bepaalde vaardigheden om de overgang soepel te laten verlopen. Zoals luisteren, creatieve activiteiten, samen spelen etc. De peuterspeelzaal zal ook met kinderopvang evaluatie hebben hoe het met de peuter gaat.

2.10  COVID-19

We volgen de richtlijnen van het RIVM. Hierbij hebben we passende maatregelen gemaakt voor de KOV.

-        Ouders brengen en halen de kinderen bij de deur, hier is een pedagogische medewerker die de kinderen naar binnen begeleid en de overdracht doet met de ouders. Doordat we dit beleid hebben ingevoerd werken we altijd met twee medewerkers die openen en twee die sluiten. Zodat er 1 vast op de groep blijft als de andere medewerker naar de deur gaat.

-        We hebben vaker een nieuwsbrief

-        De mentoren hebben geregeld contact met de ouders van de kinderen over hoe het gaat op de groep.

3. Plaatsing

3.1 Groepsindeling

Binnen KOV ’t Wantij  hebben wij gekozen om te werken met 1 groep; met maximaal 16 kinderen. De leeftijd van de kinderen is van 0 tot 12 jaar. Omdat er zoveel verschillende leeftijden zijn,  kunnen ze elkaar positief beïnvloeden. Ze leren samenwerken en elkaar te helpen. Ook zullen de broertjes en zusjes met elkaar in dezelfde groep zitten.

De beroepskracht-kindratio (BKR) geeft aan hoeveel kinderen één pedagogisch medewerker mag opvangen. Dat aantal hangt af van de leeftijd van de kinderen en de grootte van de groep. Binnen de kinderopvang hanteren we de nieuwe BKR regels kinderopvang en BSO.

We werken met 1 pedagogisch medewerker op 3 baby’s. De BSO kinderen worden als een driejarige gerekend omdat we een gecombineerde groep zijn. Ook hanteren we de regels van de pedagogisch beleidsmedewerker/ coach.

Binnen de opvang hanteren we het vaste gezichtencriterium. We zijn kleinschalig en werken met 1 groep en een klein team.

3.2 Intake gesprek

Zodra de ouder het kind via de mail zich heeft aangemeld bij ons op kinderopvang ’ t Wantij zullen wij gaan kijken of er plaats is binnen de KOV. Zoja, dan nodigen wij de ouder uit voor een intakegesprek. Tijdens het intakegesprek wordt de basis gelegd voor een vertrouwensrelatie tussen ouder(s)/verzorger(s) en KOV ‘t Wantij. Verder wordt er verteld aan de ouders dat het kind gekoppeld zal worden aan een mentor. Dit houdt o.a. in dat dezelfde mentor altijd als aanspreekpunt zal dienen voor hun kindje, tijdens het intake gesprek zullen we dit verder toelichten. Behalve het feit dat de ouder geïnformeerd wordt over alle zaken die met de verzorging van het kind te maken hebben, is dit gesprek bedoeld om de ouder goed te informeren over de organisatie van het kinderdagverblijf. Ter ondersteuning wordt aan de ouder(s)/verzorger(s) schriftelijke informatie meegegeven over de dagelijkse gang van zaken in de kinderopvang. Wat kunnen de ouder(s)/verzorger(s) van de kinderopvang verwachten en wat verwacht de kinderopvang van de ouder(s)/verzorger(s)? Deze vragen zullen grotendeels beantwoord zijn na het intakegesprek.

-        Zie bijlage intake gesprek

3.3  Wennen op kinderopvang ‘t Wantij

Om het kind en de ouder vertrouwd te laten raken met kinderopvang ’t Wantij hebben wij wenmomenten, die vooraf gaan aan de uiteindelijke plaatsingsdatum. In de weken voor de uiteindelijke plaatsingsdatum neemt de pedagogische werker contact op met de ouder(s)/verzorger(s) om te overleggen wanneer de wenmomenten plaatsvinden. Het doel van deze wenmomenten is o.a.:

  • Dat het kind vertrouwd raakt met de kinderopvang, het dagritme, de pedagogisch medewerksters en de groepsgenootjes.
  • Dat de ouder(s)/verzorger(s) vertrouwd raken met de nieuwe situatie en een vertrouwensrelatie kunnen ontwikkelen met de pedagogisch medewerksters.
  • Dat zaken zoals voedingsschema's en slaaprituelen, zo goed als mogelijk, op elkaar afgestemd worden.

De tijd dat een kind in de groep verblijft, wordt in overleg met u, opgebouwd. De pedagogisch medewerker speelt een belangrijke rol bij het wennen van het kind. Een hummel  of peuter wordt spelenderwijs bekend gemaakt met de ruimte en de regels. De groepsgenootjes spelen daar overigens vaak onbedoeld een belangrijke rol bij. Er wordt aandacht gegeven in de vorm van lichamelijk contact, rondkijken in de groep en kennis maken met andere kinderen, of juist niet als het kind wat angstig is. Aandacht betekent ook ondersteuning bieden aan het kind bij het vinden van een eigen plekje in de groep. Het kind moet zich welkom voelen. Wanneer uit het gedrag van uw kind valt op te maken dat het moeilijk wennen is, wordt in overleg met u de wenochtend herhaald, dan wel naar andere mogelijkheden gezocht om het wennen te vergemakkelijken.

De BSO kinderen wennen een middag. De procedure is precies hetzelfde als met de kleine kinderen.

3.4  Afspraken betreffende halen en brengen

Het brengen van het kind is een belangrijk moment van de dag. Het kind zal afscheid moeten

nemen. Vooral jonge kinderen kunnen moeite hebben met het loslaten van de vertrouwde

ouder(s)/verzorger(s). De belofte dat hij/zij later op de dag weer opgehaald zal worden, stelt een jong kind niet gerust want iemand die uit het zicht verdwijnt, is voor hem/haar definitief weg. De pedagogisch medewerker zal het kind overnemen van de ouder bij het weggaan en samen met het kind afscheid nemen en/of het kind trachten aan te zetten tot spelen. Ook al is het soms moeilijk, het is van belang voor het kind dat hij/ zij weet dat de ouder vertrekt en dat dit niet onopgemerkt gebeurt.

Bij het halen van het kind dient de ouder/verzorger zich te realiseren dat het kind op dat moment in het spel verdiept kan zijn en dat hij/zij gefrustreerd kan raken als het daar te abrupt wordt uitgehaald. Wij streven er dan ook binnen de kinderopvang  naar, dat het moment van halen en brengen zo rustig mogelijk zal verlopen. Deze momenten geven namelijk ook de gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en het stellen van vragen aangaande het kind tussen de ouder/verzorger en betreffende pedagogisch medewerkster.

Meer informatie hierover is te vinden in ons protocol ‘’halen en brengen’’.

3.5 Ruilen en extra afname

Ruilregels:

Ruilen kan gedurende tien werkdagen voorafgaand of na de opvangdag. Ruilen kan alleen als er plek is op de groep en er geen extra medewerker behoeft te worden ingezet. U kunt met de pedagogisch medewerker overleggen of er plaats is, een week van tevoren laat zij weten of er wel of niet geruild kan worden. Is de aanvraag voor de ruil in dezelfde week waarin de ruil dag plaats moet vinden, dan laten pedagogisch medewerkers het zo snel mogelijk weten. Het is ook mogelijk dat de ruil dag voor het opvangmoment valt. Als de ruil niet wordt goedgekeurd blijft de vaste opvang dag staan. Uw kind kan dan op deze dag alsnog gebracht worden.
Structureel ruilen kan niet, dan zal het contract moeten worden aangepast. De ruil-verzoeken moeten via de mail aangevraagd worden.

Extra dagdeel afnemen:

Als je een extra dagdeel wilt afnemen gaat ook dit altijd via de mail. Er kan alleen een extra dagdeel worden afgenomen als er volgens het kind- ratio plek is voor het kind.

4 Wet kinderopvang

4.1 Vierogen-principe

Binnen kinderopvang  ’t Wantij werken wij volgens het verplichte vierogen-principe. Dit wil letterlijk zeggen, dat er altijd 4 ogen aanwezig zullen zijn in de kinderopvang. Daarnaast zijn onze ruimtes voorzien van camera’s en doorkijk-ramen, waardoor we constant een directe blik kunnen werpen in de andere ruimtes en de daarbij horende slaapkamer.

Er wordt gestreefd naar meer dan 1 pedagogisch medewerker op de groep. Als er door een laag kind-aantal maar 1 pedagogisch medewerker is wordt er gebruik gemaakt van audiovisuele middelen.  Zo is er een babyfoon met camera in het slaapvertrek.

Als we een uitje hebben zullen we altijd met zijn tweeën op pad gaan. Bij meerdere kinderen gaan er ook altijd meerdere pedagogisch medewerkers mee.

Vanaf de groepsruimte is het buitenspeelterrein overzichtelijk en houdt de pedagogisch medewerker die binnen is mede toezicht op het buitenspelen.

Tijdens de haal- en brengmomenten in kinderopvang ’t Wantij komen voortdurendouders/verzorgers binnen om de kinderen op te halen en te brengen. Zo krijgt de pedagogisch medewerker zeker niet de kans zich alleen af te zonderen met 1 of meerdere kinderen.

Binnen de kinderopvang en BSO werken we met protocollen. Zo ook protocol over misbruik, een voorbeeld hiervan is dat de kinderen de deur open laten van toilet.

4.2  Achterwachtsregeling

Binnen kinderopvang ’t Wantij geldt het 4 ogen principe. We mogen drie uur per dag beroepskracht-kind ratio afwijken. Als we afwijken van kind ratio en er is 1 beroepskracht aanwezig op de groep dan is er een beheerder aanwezig in het pand.

In het geval van calamiteiten tijdens de opvangtijden is de achterwacht binnen 10 minuten aanwezig op de kinderopvang. Als de achterwacht is gebeld bel je hierna de pedagogisch medewerker die kan invallen en die is er vervolgens binnen 15 minuten.

De lijst met de namen en telefoonnummers van de achterwachten hangen op het infobord.

4.3  3-uursregeling

Voor de flexibiliteit binnen de kinderopvang maken wij gebruik van de 3-uursregeling. Door deze regeling is het mogelijk om drie uur per dag (niet aaneengesloten) minder beroepskrachten in te zetten, dan volgens de beroepskracht-kindratio is vereist. Dit kan alleen bij minimaal tien uur aaneengesloten opvang, dan kan er worden afgeweken van beroepskracht-kindratio.

In de pauzeperiode tussen 13.00 tot 14.00 uur slapen veel kinderen. Hierdoor hoeven minder kinderen actieve pedagogische aandacht en kunnen de medewerkers beurtelings hun pauze. Gedurende deze slaap- en pauze tijd is het mogelijke dat minder pedagogische medewerkers worden ingezet dan volgens de pedagogische medewerker/ kindratio is vereist. Dit mag nooit langer dan twee uur zijn.

Eventueel Kan er morgens van 08.00 tot 09.00 uur of van 17.30 tot 18.30 uur ook gebruik worden gemaakt van de drie uursregeling.

Op één dag mag er maximaal 3 uur tijdelijk minder personeel ingezet worden. Verder moeten er minimaal de helft van het aantal benodigde pedagogische medewerkers aanwezig zijn tijdens deze 3 uur.

De vaste tijden waarvan kindratio mag worden afgeweken is van; 08.00 tot 09.00 en van 13.00 tot 14.00 en van 17.30 tot 18.30.

Een voorbeeld; Op dinsdag hebben we drie medewerkers op de groep kijkend naar kindratio, om 12.30 gaan er 6 kinderen op bed, waardoor je met zijn tweeën de groep kan draaien en 1 medewerker pauze kan nemen 

4.4 Mentor

Binnen de KOV hebben we de drie vaste mentors. Deze drie mentors zijn aanwezig op de groep als het desbetreffende kind ook aanwezig is. De kinderen die ook gebruik maken van de peuteropvang vallen onder dezelfde pedagogisch medewerker (mentor) die ook bij peuteropvang draait. Mentor en kind zijn ook afgestemd op 1 gezichtscriterium.

Het doel van mentoring  binnen de KOV is een één-op-één interactief proces waarbij de mentor het leren van een kind begeleidt en zich samen richt op persoonlijke ontwikkeling.

Omdat je nooit iedereen op de groep zoveel aandacht kan geven werken we met meerdere mentoren. Zo kunnen de mentors de eigen kinderen echt goed leren kennen. Hierdoor kunnen ze beter inspringen op de behoeften van de kinderen en zullen de kinderen ook eerder contact opzoeken met hun mentor. Door een goede vertrouwens relatie op te bouwen, zullen kinderen zich emotioneel veilig voelen op de kinderopvang.

Als het niet goed loopt kunnen/kan een mentor ontwikkelingsproblemen signaleren. Op deze manier kan de mentor andere professionals van buiten de KOV vroegtijdig en adequaat passende ondersteuning bieden of vragen.

Bij het intake gesprek wordt gelijk aangegeven wie de mentor van het kind zal worden.

4.5 Vaste gezicht criterium

Binnen de KOV werken wij met het vaste gezicht criterium. Wij hebben 1 gecombineerde groep. Op deze groep werken we met een basisrooster. Hier hebben we dan weinig wisseling met pedagogische medewerker en kind.

Zie bijlage basisrooster

5. VVE

Vanuit het Rijk worden in het kader van het Onderwijs achterstandenbeleid gelden beschikbaar gesteld voor Voor-en Vroegschoolse Educatie. Deze peuter mag  960 uur in

 1 ½ jaar de peuterspeelzaal bezoeken waarvan de Gemeente 480 uur financieert. Doel hiervan is om kinderen al op jonge leeftijd zodanig te ondersteunen dat zij zonder of met een minimale achterstand op de basisschool kunnen starten.

5.1 Inzet uren van de Peuter

Vanuit de gemeente zijn er 480 uur (16 uur per week) beschikbaar gesteld voor een kind vanaf 2 ½  jaar

Dit betekend dat kinderen 480 uur, twee maal in de week naar de peuterspeelzaal  komen van 08.15 tot 11.45 uur en de laatste 17 weken voordat ze naar de bassischool gaan komt er een ochtend bij van 08.15 tot 11.45 uur, zo kom je op het totaal van 480 uur.

5.2 Uk en Puk

We werken met de methode Uk en Puk, via deze methode maken de kinderen spelenderwijs kennis met heel veel handelingen, begrippen, emoties en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven. De VVE valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente. VVE richt zich op vier ontwikkelingsgebieden:

  • Beginnende rekenvaardigheid, zoals het leren tellen, het meten en de oriëntatie in ruimte en tijd.
  • Motorische ontwikkeling: het ontwikkelen van grove en fijne motoriek staat hier centraal.
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: zoals het stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en samen spelen en werken.
  • Taalontwikkeling: die wordt gericht gestimuleerd door veel voor te lezen, te zingen en veel met de kinderen te praten.

Baby's, dreumesen en peuters hebben behoefte aan structuur, grenzen en kaders waarbinnen ze op een veilige en vertrouwde manier de wereld kunnen ontdekken. Uk & Puk biedt een flexibele, heldere en compacte aanpak. Fijn voor ukken, handig voor pedagogisch medewerkers.

Het totaalprogramma van Uk & Puk bestaat uit 10 aansprekende thema's. Elk thema biedt 12 activiteiten voor ongeveer 6 weken. Alle thema’s komen uit de directe belevingswereld van jonge kinderen en spelen zich af in het hier en nu. Het programma start met het thema 'Welkom Puk'; daarna is de volgorde van de thema's vrij. 

Dit zijn de thema's van Uk & Puk:

  • Welkom Puk! 
  • Knuffels 
  • Hatsjoe! 
  • Ik en mijn familie 
  • Wat heb jij aan vandaag? 
  • Regen 
  • Dit ben ik! 
  • Eet smakelijk! 
  • Reuzen en kabouters 
  • Oef, wat warm!

Extra thema:

  • Ik ga naar de basisschool

5.3 Tijdens KIJK

het werken met kinderen zijn wij uiteraard ook bezig met de ontwikkeling van kinderen. Om de ontwikkeling goed te kunnen volgen wordt er gewerkt met KIJK!! Is een observatie- en registratiesysteem. Met KIJK! volgen en registreren wij stap voor stap de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar. Zo weten we precies hoe ver de kinderen zijn in hun ontwikkeling en kunnen daar handig op in spelen met de handelingsgerichte tips en activiteiten van KIJK!. Zo krijgt elk kind nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden passend bij elk individueel kind.

Met KIJK! volgen we specifiek de volgende onderdelen:

  • Cognitief
  • Omgaan met jezelf
  • Omgaan met de ander
  • Kleine motoriek
  • Grote motoriek
  • Taalontwikkeling

De observatielijsten worden ingevuld door mentoren, die het kind gedurende de meeste momenten verzorgd. Binnen de KOV hebben we drie mentoren. Samen met andere pedagogisch medewerkers worden deze ingevulde lijsten besproken.

Wij proberen hierdoor een zo goed en zo breed mogelijk beeld van een kind te krijgen. Daarnaast worden tijdens de teamvergaderingen de ontwikkelingen van diverse kinderen besproken. Zo wordt iedereen op de hoogte gebracht van alle ontwikkelingen.

Mochten wij bepaalde bijzonderheden signaleren, dan bespreken wij deze uitvoerig binnen het team. Zodra wij een duidelijk beeld hebben, bespreken wij onze bevindingen met de ouders/verzorgers. Tijdens dit gesprek worden eventuele actiepunten in kaart gebracht. Indien de situatie externe hulp vereist, zullen wij ouders doorverwijzen naar een instantie die hen verder kan begeleiden, zoals het consultatiebureau. 

5.4 Taal 

De speelse activiteiten lokken interactie uit waardoor een rijk taalaanbod ontstaat, zo kan er gericht ingespeeld worden op de taalontwikkeling. Door middel van pictogrammen worden thema’s in beeld gebracht, waardoor het voor het kind herkenbaar wordt. De methodiek “Uk en Puk” is een gecertificeerd VVE programma. De nadruk ligt op de mondelinge vaardigheden: Lezen, zingen en met kinderen praten.

5.5 Volgen en signaleren

Iedere peuter ontwikkelt zich op zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Bij de meeste peuters is geen reden tot bezorgdheid, maar soms kunnen er vragen opkomen over het gehoor, het gezichtsvermogen, de motoriek, taal- en spraakontwikkeling, de opvoeding en het gedrag. Tijdige signalering van een eventuele achterstand of ontwikkelingsstoornis maakt het mogelijk om advies en hulp in te schakelen waardoor de nadelige gevolgen zo beperkt mogelijk blijven. Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor hun peuter. Wanneer de ouders niets doen met het advies en geen verdere stappen ondernemen of toestemming geven tot, dan respecteren wij dat. Hierop is een uitzondering: bij een vermoeden van kindermishandeling wordt contact opgenomen met Veilig Thuis, voorheen het Advies en Meldpunt Kindermishandeling. 

5.6 Groepssamenstelling

De Kinderopvang heeft vaste pedagogisch medewerkers. De leidster/kind ratio bedraagt 2 pedagogische medewerkers en max. 16 kinderen. De pedagogisch medewerker is eindverantwoordelijke voor het inhoudelijke aanbod, de werkwijze op de groep en het volgen van de ontwikkelingen van de peuters. De pedagogisch medewerker is ook degene die de oudergesprekken, behorend bij het kindvolgsysteem “KIJK” voert. Bij eventuele zorgen over de ontwikkeling is zij verantwoordelijk voor de contacten met ouders en leidinggevende kinderopvang.

5.7 Ouderbetrokkenheid

De ouderbetrokkenheid heeft een positieve invloed op het leerproces van het kind, het is dan ook van belang om de ouders bij de thema’s te betrekken, zodat de doorgaande lijn thuis ook wordt gestimuleerd. Ouders worden geïnformeerd, via de nieuwsbrief, wat het thema is en wat de onderdelen zijn. Verder worden er tips aangedragen, over wat voor activiteiten er thuis gedaan kunnen worden, en welke boeken er gebruikt kunnen worden. Tevens nodigen we de ouders 1 keer per jaar uit voor een 10 minuten gesprek om de voortgang van het kind te bekijken naar aanleiding van het Kind volgsysteem “KIJK”.

De ouders/verzorgers mogen een aantal keren mee draaien op de groep, hiervoor hebben ze een VOG verklaring nodig.

6.  De dagelijkse gang van zaken

6.1 Onze dagindeling

De openingstijden van kinderopvang ’t Wantij zijn van 7.30 tot 18.30 uur.

Binnen de kinderopvang werken we volgens een bepaald dagritme. Het dagritme dient als leidraad voor de dag. Het is bedoeld als regelmaat voor kinderen en pedagogisch

medewerkers om ervoor te zorgen dat alle kinderen op tijd eten, drinken, plassen,

verschoond worden en slapen. Bovendien moet er genoeg tijd zijn voor vrij spel en/of groepsactiviteiten. De dagindeling wordt volgens onderstaande globale structuur elke dag herhaald. Bij mooi weer, tijdens uitstapjes of verjaardagen kan het echter voorkomen dat er in het schema iets verschuift. De baby’s volgen hun eigen ritme. Als een kind er aan toe is, meestal met 1 jaar, gaan ze vanzelf mee in het dagritme van de kinderopvang.

6.2  Globale dagindeling van kinderopvang  en BSO

Ochtend:

7.30u – 09.00u:

De kinderen worden gebracht en er vindt overdracht plaats met ouders/verzorgers. De ouders/verzorgers zorgen ervoor dat de jas/tas van hun kind wordt opgeborgen op de daarvoor bestemde plek. (kapstok/bakje) Er is gelegenheid tot vrij spelen en knuffelmoment voor de allerkleinsten. Rond de klok van 9 uur, zijn alle kinderen binnen en wordt er gezamenlijk opgeruimd (brengen is tot 8.30 uur!).

9.00u – 11.30u:

We gaan allemaal in de kring en starten met de vaste liedjes, dansjes etc. We heten alle kinderen welkom! Er is tijd om kinderen hun verhaal te laten vertellen.

Ook de baby’s worden hierbij betrokken, tenzij ze hun slaapmoment hebben. We

beginnen met het wassen van de handjes en gaan aansluitend aan tafel voor het eten van vers fruit. Hierna vindt een verschoonronde plaats. We starten rond de klok van 9.45 uur met een activiteit die meestal aansluit bij een thema. Verder is er tijd om te verven, plakken, kleien, tekenen of vrij te spelen. Op dit moment van de dag is er tevens buitenspel voor alle kinderen. We spelen buiten of maken een heerlijke wandeling langs de dieren die vlak bij ’t Wantij in de wei staan. Voor de baby’s is er dan extra tijd om te knuffelen.

Bij buitenspel gaan ze lekker mee om een frisse neus te halen!

11.30u – 12.45u:

Samen een boekje lezen, een kort filmpje kijken en aansluitend

handen wassen en samen aan tafel voor de lunch. De kinderen mogen meehelpen met

het dekken van de tafel. (borden, vorken en bekers) De baby’s worden ook mee aan tafel genomen wat het samen-zijn-gevoel vergroot.

Hier schuift ook de BSO aan, die gaan eerst naar toilet en wassen hun handen.

12.45u – 13.00u:

We ruimen samen de tafel af en wassen onze handen/gezicht. Er vindt een verschoonronde plaats en de kinderen, die een middagdutje doen, mogen nog even vrij spelen en worden dan rustig klaargemaakt voor het slaapje.

12.45 – 13.00u:

Kinderen die alleen de ochtend blijven, worden opgehaald. Kinderen die alleen de middag komen, worden gebracht. Ophalen dient te gebeuren voor 13.00 uur, brengen kan echter tot 13.30 uur.

Middag:

13.00u – 15.00u:

Rustperiode voor de hele groep. De muziek staat zachtjes aan i.v.m. de middagslaapjes en er is extra tijd voor een aandachtmoment voor de kinderen die net gebracht zijn. Er is tijd om zelf een boekje te lezen, te puzzelen, tekenen en/of voorgelezen te worden. Tijdens dit rustmoment worden er bewust rustige activiteiten gedaan en is er ook extra tijd voor knuffelmomenten.

15.00u – 16.30u:

De kinderen worden weer wakker en worden uit bed gehaald ( uiterlijk 15.30 uur). Er vindt een verschoonronde plaats en na het aankleden gaan we aan tafel. Alle kinderen krijgen iets te drinken en een gevarieerd tussendoortje. Deze tijd wordt ook gebruikt voor een spelletje, een creatieve activiteit of lekker buiten spelen.

Als er twee pedagogische werker zijn streven we er naar om met de BSO er zoveel mogelijk buiten activiteiten te doen.

16.30u – 18.00u:

 Afsluiting van de dag vindt plaats in de kring of aan tafel. Even een korte terugblik op wat we de hele dag gedaan hebben. De kinderen krijgen allemaal nog de gelegenheid om iets te drinken en eventueel nog een klein tussendoortje. Er is nog tijd voor een verhaaltje, samen kletsen en/of een rustige activiteit. Kinderen worden tussendoor opgehaald en er vindt overdracht plaats met de ouders/verzorgers. Ook kan er op dit moment van de dag een warme maaltijd genuttigd worden bij de baby’s. (deze maaltijd dient zelf meegebracht te worden.) Bij de grotere kinderen (vanaf de leeftijd van 18 maanden) gaan we er vanuit dat de warme maaltijd thuis genuttigd word.

6.3 Globale morgen indeling Peuters

De peuters worden gebracht om 08.15 Er volgt een persoonlijke begroeting als de ouder(s) binnenkomen. De peuters morgen vrij spelen met het aanwezige materiaal en krijgen de ruimte om afscheid te nemen van hun ouder(s)/verzorger(s). Er volgt een gezamenlijk kringgesprek en hierna beginnen we met een gezamenlijke kring activiteit, de peuters maken een verwerking rond het thema gedeelte wat wordt aangeboden hierin komen diverse werkvormen aanbod zoals, kleuren, verven, prikken, plakken etc. Een aantal peuters krijgen individueel activiteiten aangeboden hier wordt gebruik van gemaakt van prentenboeken en gezelschapspellen die vooral aansluiten bij het individuele kind.

Tijdens het gezamenlijke pauzemoment krijgen de peuters eten en drinken van ons aangeboden. De peuters zitten daarbij aan tafel en zingen vooraf een speciaal lied. Als het weer het toelaat gaan de kinderen dan naar buiten om te spelen. Ze kunnen spelen in de zandbak, op de glijbaan en met ander buiten materiaal. Bij slecht weer mogen de kinderen vrij spelen en/of worden er gezamenlijke bewegingsspellen gedaan waarbij er extra aandacht is voor de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek. De peuters sluiten in een gezamenlijke kring het dagdeel af met een aantal liedjes. Om 11.45 kunnen de kinderen worden opgehaald door hun ouders/verzorgers.

6.4 Slapen en rusten

In kinderopvang ’t Wantij hebben we 1 slaapruimte. Net als bij volwassenen verschilt het bij kinderen hoeveel slaap ze nodig hebben per dag.

Baby’s slapen bij ons dan ook zoveel mogelijk volgens het ritme dat ze zelf (en hun ouders/verzorgers) aangeven. De meeste peuters hebben een vast middagdutje, maar ook hier zal er gekeken worden naar de individuele behoeftes van het kind zelf.

Verder slapen baby’s en dreumesen bij ons op de rug, volgens de richtlijnen van de GGD. Willen de ouders/verzorgers liever hebben dat hun kind op de buik/zij slaapt vragen wij u dit aan te geven bij het intakegesprek. Na ondertekening van een toestemmingsformulier zullen wij zeker gehoor geven aan deze wens.

Voor de baby’s die net komen in de kinderopvang hebben wij een keuze die we de ouders aanbieden. De baby’s mogen in de kinderwagen slapen gedurende de eerste drie maanden op de kinderopvang en/of laten we de baby gelijk wennen aan in de daarvoor bedoelde bedjes. Voor het slapen in de kinderwagen geldt een slaapprotocol. Kinderopvang ’t Wantij geeft wel de voorkeur aan om gelijk de baby in de bedjes te laten slapen waar de andere kinderen ook slapen.

6.5 Spelen en activiteiten

Voor de baby’s bestaat het grootste gedeelte van de dag natuurlijk uit verzorgen. Toch wordt er bewust veel met de baby’s gepraat. Tevens worden er liedjes gezongen en geknuffeld. Deze vormen van ‘’spel’’ maken een belangrijk deel uit van de ontwikkeling van onze ‘kleintjes’. Ook is er voor de kleintjes een speelbox. Deze box is 6 vierkante meter groot en voorzien van speelkussens die door GGD zijn goedgekeurd.

Verder zijn er in het dagritme een aantal vaste momenten van activiteiten ingepland. Hieronder verstaan we knutselactiviteiten, liedjes zingen, samen eten en

kringactiviteiten. Een kind speelt een groot deel van de tijd dat het bij ons doorbrengt.

Aangezien het natuurlijk niet voor elk kind meteen vanzelfsprekend is dat het ‘’goed’’ kan spelen, zijn onze begeleidsters tevens in staat spelbegeleiding te geven. Dankzij een goede spelbegeleiding en een stimulerende houding kun je een kind al goed op weg helpen met spelen. Binnen ons kinderdagverblijf hechten wij, naast het binnenspel, echter ook veel waarde aan buitenspel. Kinderen spelen buiten op een hele andere manier. De ervaring van andere ruimten, weersomstandigheden, natuur en ondergronden zorgen ervoor dat het spel en onderzoek van kinderen verschilt met die in de binnenruimte. Buitenspel vraagt andere vaardigheden en biedt andere mogelijkheden.

Buiten zijn andere geuren en kleuren. Buiten nodigt uit tot grotere, grovere en snellere bewegingen (rennen, hinkelen, fietsen), tot ontdekken van levende en dode natuur (insecten, vogels, planten, vlinders, vallende bladeren, dorre bloemen), tot omgaan met en ontdekken van de mogelijkheden van wisselende en minder te beïnvloeden omstandigheden zoals licht, schaduw, zon, koude, regen, sneeuw en wind (over je schaduw springen, sneeuw eten, regen op je tong, blaadjes vangen, windmolentjes, slingers in de boom). Buiten liggen de materialen voor het oprapen, verschillen de associaties van die binnenshuis wat inspireert tot fantasiespel, tot grote dingen ondernemen en met je handen creëren. Er ontstaat bekendheid met natuurlijke bouwstoffen, kinderen leren meten en schatten en doen spelenderwijs technisch, mathematisch en ruimtelijk inzicht op.

Buiten zijn de uitdagingen die kinderen binnen spel tegenkomen soms van een andere aard dan binnen. Zo val je eerder (en harder) als je rent, kun je een (te zware) tak makkelijk op je tenen laten vallen, etc. We zien omgaan met (kleine) risico's als aanvaardbaar en zelfs gewenst. Het maakt kinderen zelfstandig en vergroot hun zelf oplossend vermogen. Het nodigt uit tot samenwerking wanneer een probleem voor het kind alleen te groot is.

Kortom, de ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen buiten zijn enorm belangrijk. Daarnaast is buitenspel erg belangrijk voor de gezondheid van opgroeiende kinderen. Kinderen staan dankzij buitenspel meer in contact met licht en zuurstof die nodig zijn voor de opbouw van (cellen in) het lichaam. Er wordt extra weerstand tegen ziekte opgebouwd. De spieren ontwikkelen zich vollediger en krachtiger door de verschillende soorten motoriek.

En bovendien...

  • Het soms noodzakelijke aan- en uitkleden is ook een gewoon leuke en leerzame activiteit, net als rennen of huppelen door de lange gang naar buiten.
  •  Kinderen zoeken en vinden andere rustmomenten in de buitenruimte. Door de vaak grotere ruimte, kun je best even op jezelf een korte wandeling maken.
  •  Pedagogisch medewerkers zoeken verschillende plekken in de buitenruimte op, waardoor ze een activiteit kunnen doen of beschikbaar zijn voor de kinderen.

Niet alleen voor lopende kinderen is het buitenspel van belang. Ook voor baby's is het buiten zijn een verruimende ervaring. Wat te denken van de wind langs de wangen, bewegende, ritselende blaadjes boven de kinderwagen, de koestering van de zon op de babyhuid, een zoemend insect of rustende vlinder, de onaf gebakende ruimte van de lucht, de anders klinkende geluiden van kinderstemmen, de verbazing over een bloem of paddenstoel met bijbehorende kabouterverhalen, etc. Wat een prachtige ervaringen op een leeftijd waarin alles intensief wordt ervaren! Zodra het weer het toelaat wordt er bij ons dan ook buiten gespeeld met ballen, fietsen, zand en water. Ook de allerkleinsten worden hierbij dus betrokken en mogen buitenspelen.

6.6 Uitstapjes.

Aangezien ons kinderdagverblijf in een ideale omgeving ligt voor allerlei buitenactiviteiten, zullen wij hier dan ook heerlijk gebruik van maken met de kinderen.

Als we activiteiten hebben buiten de KOV gaan we altijd met twee pedagogische medewerkers naar buiten. We maken voordat we weggaan duidelijke afspraken. Zoals luisteren naar de juf, hand in hand lopen en als er iets is vraagt het aan de juf, luisteren naar wat er wordt verteld etc. We hebben altijd een EHBO setje en mobiele telefoon mee als we weggaan. Als we naar speeltuinen gaan, gaan we altijd naar een speeltuin die goed gekeurd is door de gemeente. Als we met de bakfiets gaan, moeten altijd de riemen verplicht vast.

Bij terugkomst op KOV, altijd eerst handen wassen voordat we de groep opgaan. De schoenen gaan netjes uit en zo treden we de zaal binnen.

7. Voeding

7.1 Eet- en drinkmomenten

In kinderopvang ’t Wantij  wordt er veel waarde gehecht aan regelmaat. Zo zullen

wij dan ook op vaste tijden met de kinderen aan tafel gaan. Elke maaltijd wordt bij ons

gezamenlijk aan tafel genuttigd, met alle kinderen erbij. Ook de baby’s, die wellicht bepaald

voedsel nog niet eten, worden dus hierbij betrokken.

Wij bieden de kinderen maaltijden en tussendoortjes. Onder tussendoortjes verstaan we; vers fruit /rauwkost. De maaltijden bestaan uit brood met diverse soorten beleg en melk/karnemelk of water. Het is bij ons gebruikelijk dat kinderen kunnen kiezen uit hartig beleg. Wij bieden de kinderen geen producten aan waar suiker in zit.

Voor de kinderen van 0-2 leren wij de 1-jarigen om de boterham met een vorkje te eten. De boterham snijden wij dan in kleine stukjes. Hiermee stimuleren wij de fijne motoriek zo optimaal mogelijk. Vanaf de leeftijd van 18 maanden gaan we oefenen met het eten van partjes. Deze partjes worden aangeboden met korst.

Voor de kinderen van 2-4 jaar eten de kinderen de boterham altijd in partjes en met korst. De motoriek van deze kinderen is namelijk al een stuk beter ontwikkeld waardoor dit zonder ‘’knoeiboel’’ en dus met meer succeservaringen kan.

Voor de kinderen van 4 tot 12 jaar zullen we ook eerst een hartige boterham aanbieden.

Kinderen die flesvoeding krijgen, nemen dit van huis mee. Zo krijgt ieder kind wat hij of zij drinkt.

Geeft de ouder echter borstvoeding en wil de ouder ook dat wij deze voeding door de dag heen voortzetten, dan vragen wij de ouder de voeding bevroren aan te leveren. Wij zullen de voeding dan koel zetten op de volgens de richtlijnen bepaalde temperatuur. Wel wordt gevraagd om even het volgende met een sticker aan te geven:

- Naam kind

- Datum van aan leverdag

- Uiterste houdbaarheidsdatum

Wij stimuleren borstvoeding, dus als de ouder langs wil komen om het kind te voeden dan kan dat. We hebben eventueel een rustige ruimte om te voeden.

Voor de wat grotere kindjes die een warme hap bij ons wensen te krijgen, dient de maaltijd

verpakt afgegeven te worden bij onze leidsters. De uiterste houdbaarheidsdatum moet

duidelijk leesbaar zijn. Een zelfbereide maaltijd dient bevroren aangeleverd te worden.

Resten van maaltijden worden bij ons weggegooid. Mocht de ouder deze resten thuis nog willen hergebruiken, dan kunt dat aangeven worden bij onze leidsters. Wij geven de aangereikte maaltijd enkel dezelfde dag om versheid voor de kinderen te kunnen garanderen.

Het is dus niet mogelijk om maaltijden achter te laten bij de leidsters voor meerdere

opvangdagen. Wij geven deze warme maaltijden tot de leeftijd van 18 maanden!

7.2 Diëten en allergieën

Binnen de kinderopvang houden wij graag rekening met eventuele diëten of allergieën van kinderen.

Ouders zijn echter verantwoordelijk om de pedagogisch medewerker op de hoogte te stellen

van diëten, allergieën of wensen m.b.t. de voeding van een kind. Deze wensen en

bijzonderheden worden besproken tijdens het intakegesprek en beschreven op het

aanmeldingsformulier.

Mocht er bij een kind kans zijn op een erge allergische reactie op bepaalde voeding, dan zijn

ouders verantwoordelijk om stap voor stap door te geven hoe er in dergelijke situaties

gehandeld moet worden.

Mocht er verder speciale voeding nodig zijn, vragen wij de ouder dit van thuis mee te nemen.

7.3 Feesten en traktaties

Bij een verjaardag mag een kind natuurlijk altijd een traktatie uitdelen. Deze traktatie moet

echter wel gezond zijn, verpakt én op de leeftijd gericht zijn.

Onze medewerkers kunnen ouders te allen tijde adviseren over gezonde en leuke traktaties.

Daarnaast vieren wij uiteraard ook de verjaardag met de kinderen. In overleg met de ouders

kijken wij op welke dag dit kan gebeuren. Er zal deze dag gezorgd worden voor een feeststoel

en feestmuts!

Zelfbereide traktaties geven wij altijd mee naar huis. Zo heeft de ouder zelf de keus of het kind de traktatie mag op eten.

8. VERSCHONEN, TOILETGANG EN ZINDELIJKHEID

Op kinderopvang ’t Wantij  zorgen de ouders zelf voor de luiers van de kinderen. Kinderen worden op vaste tijden (tussendoor indien nodig) verschoond. Tegen het einde van de dag vindt er ook nog een extra verschoonronde plaats. Voor de kinderen die al zindelijk zijn, zijn er potjes en is er een kindertoilet aanwezig.

Verder horen wij graag van de ouder/verzorger, wanneer de ouder/verzorger thuis bezig zijn met de ‘’zindelijkheid’’ van het kind. Onze medewerkers kunnen hier dan ook, tijdens het verblijf van het kind, op inspelen. Onze medewerkers doen dit echter niet zonder dat dit van thuis uit wordt aangegeven, tenzij uw kind de leeftijd van 2,5 jr. bereikt. Vanaf die leeftijd zullen de leidsters spelenderwijs de zindelijkheid proberen te stimuleren.

Het komt echter regelmatig voor dat kinderen thuis zindelijk zijn en bij onze kinderopvang niet. Dit kan verschillende oorzaken hebben (andere omgeving, meer afleiding etc.) en wij proberen dan ook om daar niet teveel aandacht aan te schenken. De druk die er dan gelegd wordt bij de kinderen weegt te zwaar op tegen hun emotioneel welbevinden en gevoel van veiligheid. Vaak komt de zindelijkheid binnen de kinderopvang een poosje later vanzelf. (Meer informatie: zie protocol zindelijkheid)

9. Peuterspeelzaal

9.1 Doelstelling

“De stichting heeft tot doel ten behoeve van kinderen in het werkgebied van de stichting (Dorpshuis ‘t Wantij): 

  • Het bevorderen van de ontwikkeling van deze kinderen door hen in groepsverband samen te brengen onder deskundige begeleiding.
  • Het creëren van een thuisbasis voor kinderen.
  • Het mentorschap wordt gewaarborgd. We willen zo weinig mogelijke wisseling van leidster voor de kinderen.
  • Zoveel mogelijke gebruik maken van buitenactiviteiten.
  • We bieden activiteiten aan passend bij de verschillende doelgroepen.
  • Vast gezichtscriterium.

 

Het behalen van deze doelstelling kan vanuit verschillende oogpunten gerealiseerd worden. 

Wij gaan uit van het oogpunt dat ieder kind uniek is, waarbij zijn/haar ontwikkeling verloopt in fasen die gevoelige perioden kent. Daarbij is een kind van nature actief en heeft de drang om op ontdekking uit te gaan en alles zelf te willen doen. Een kind beschikt over innerlijke krachten, een sterke drijfveer is de drang naar zelfstandigheid. 

Op de ochtend van de peuterspeelzaal worden de kinderen gestimuleerd om actief deel te nemen aan de passende activiteit die geboden worden.

De omgeving moet prikkels bieden zodat het kind zelf op verkenning gaat. Een goed ‘voorbereide omgeving’ komt tegemoet aan de behoefte en activiteit van een kind en nodigt het daardoor uit tot verkenning en onderzoeken en geeft het kind de kans om in vrijheid te experimenteren. Een pedagogisch medewerker moet goed observeren en inspelen op de behoefte en interesse die het kind aangeeft. Bijzonderheden in de ontwikkeling worden door de pedagogische werkers gesignaleerd en met de ouders besproken.

Het is tevens van belang om kinderen niet te veel te wisselen met verschillende leidsters. We werken met mentors binnen de KOV zodat de ontwikkeling van iedere kind goed in beeld is. Zo kunnen we inspelen op de behoefte van het kind.

We hanteren het principe het vaste gezichtscriterium op de gehele KOV. Op de groep van peuterspeelzaal werken drie vaste krachten en er is meestal een hulpouder bij aanwezig. We hebben twee verschillende groepen een maandag/ woensdag groep en een dinsdag/ donderdag groep. De peutergroep is geopend van 8.15 uur tot 11.45 uur en is voor kinderen van 2 tot 4 jaar. We werken met VVE en hanteren het kind volg systeem KIJK. Vanuit dit kindervolgsyteem rapporteren en observeren wij de ontwikkelingen van het kind. Hiernaast werken we sinds augustus 2020 met de “uk en puk methode”.

10.  BSO

10.1 Doelstelling

De kinderen die deelnemen aan de BSO zullen meedraaien op de groep van de kinderopvang. We zullen zoveel mogelijk wisselende activiteiten aanbieden voor deze doelgroep. We zullen veel gebruik maken van buitenspelen. Sporten staat centraal, maar ook de rust momenten zijn erg belangrijk. De pedagogische medewerkers zijn goed geschoold om passende creatieve activiteiten aan te bieden op de BSO.

10.2 Dagritme

Op de BSO- groep wordt er ook een vast ritme aangehouden, alleen mogen de kinderen daar zelf kiezen wat voor activiteiten ze doen. Wij proberen ze wel te stimuleren om buiten te spelen maar als zij liever binnen spelen dan geven wij ze deze vrijheid van keuze. De pedagogisch medewerkers van de BSO zullen ook de mogelijkheid bieden om te knutselen. Kinderen kunnen dan met een eigen idee komen of een knutselactiviteit maken, gericht op het thema. Wanneer het schoolvakantie is kan het ritme verschillen omdat wij dan met de kinderen een uitje in de buurt gaan doen. Ze krijgen dan een ontwikkeling stimulerende activiteit aangeboden passend bij de leeftijden. Ook zullen er in vakanties activiteiten gehouden worden die samen met de kinderen worden voorbereid, bijvoorbeeld een picknick in het bos of een uitje naar het strand.

Het ritme op de BSO tijdens schooldagen ziet er ongeveer zo uit:

  • 15.15 Kinderen ophalen
  • 15.30 Fruit eten, limonade drinken en liedjes zingen
  • 16.00 vrije keuze activiteit
  • 17.15-18.30 De kinderen worden opgehaald

De vakantiedagen op de BSO zien er ongeveer zo uit:

  • 07.30 - 9.00 Binnenkomst
  • 09.30 Fruit eten en limonade drinken
  • 10.00 Binnen of buiten activiteit
  • 12.00 Brood eten en melk/water drinken
  • 13.00 Vrij spelen of verder met de activiteit
  • 15.30 Cracker eten en limonade drinken
  • 16.00 Vrije keuze activiteit
  • 17.00 Drinken met een koekje
  • 17.15-18.30 De kinderen worden opgehaald

Voor kinderen die zindelijk zijn geldt dat ze zelf naar de wc mogen gaan wanneer zij moeten. Zij moeten dit wel even aangeven aan de pedagogisch medewerker op de groep. Op de kinderopvang gaat er altijd een pedagogisch medewerker met de kinderen mee naar het toilet. Kinderen mogen tussendoor ook altijd vragen om water. Op warme dagen zullen er meer drinkmomenten ingelast worden 

10.3 Kindplaatsing

Kindplaatsing is volgens kind ratio. We hebben een maximaal aan plaatsen voor 16 kinderen. De BSO gaat samen met kindratio van kinderopvang.

11 ouders en verzorgers

11.1 Individuele contacten

Wij hechten binnen de kinderopvang  veel waarde aan persoonlijk contact met de ouders. Tijdens het brengen van het kind horen wij graag als er bijzonderheden zijn voor die dag. Het bespreken van bijzonderheden in de thuissituatie of hoe een kind geslapen heeft is erg belangrijk. Onze medewerkers kunnen namelijk aan de hand van deze informatie veel beter inspelen op de behoefte van het kind. Tijdens het halen vertellen onze medewerkers graag hoe de dag is verlopen, welke activiteiten het kind heeft uitgevoerd en of er bijzonderheden zijn geweest. Deze momenten zijn erg belangrijk, ook voor de kinderen. Indien ouders een apart gesprek willen met een van onze medewerkers kan daar natuurlijk altijd een afspraak voor gemaakt worden.

Tevens hebben we 1 maal per jaar een 10 minuten gesprek. Hier zullen we de ontwikkeling van het kind bespreken naar aanleiding van de observatie van het kind volgsysteem KIJK!.

1.2 Schriftelijke informatie

Naast ons persoonlijk contact wordt er per kind een boekje bijgehouden met belangrijke informatie. Voor de kinderen van 0 tot 24 maanden zullen de leidsters alle informatie inschrijven m.b.t. de voedings/eetmomenten en de slaapmomenten. Tevens zullen wij er 4 x per jaar er voor zorgen dat alle ouders een algemene nieuwsbrief ontvangen. Hierin staat alle informatie die voor ouder van belang kunnen zijn. Onderwerpen kunnen zijn: beleidsveranderingen, informatie over pedagogische zaken, de oudercommissie, personele veranderingen, verjaardagen, festiviteiten, activiteiten enz.

11.3 Oudercommissie

De oudercommissie is vanaf 2018 opgestart. De doelstelling van een oudercommissie is:

-        De belangen van de kinderen en de ouders van de Kinderopvang Wantij waar de oudercommissie aan verbonden is zo goed mogelijk te behartigen en de ouders te vertegenwoordigen.

-        Te adviseren ten aanzien van kwaliteit.

-        Het behartigen van de belangen van de ouders van Kinderopvang ‘t Wantij bij het bestuur en middels de oudercommissie.

11.4 Ouderbijeenkomsten

We houden 1 maal per jaar een ouderbijeenkomst. Hierover worden ouders tijdig op de hoogte gebracht d.m.v. de nieuwsbrief en/of per e-mail

11.5 Klachtenprocedure

Het is voor ouders/verzorgers geen kleinigheid om hun kostbaarste bezit tijdelijk uit handen te geven en het vertrouwen te hebben dat begeleiding van hun kind goed gebeurt. Voor de leidster is de zaak om te trachten één en ander naar ieders tevredenheid te volbrengen. Het kan gebeuren dat er eens iets mis gaat in de communicatie tussen leidster en ouder/verzorger of dat bijvoorbeeld een ouder/verzorger niet helemaal tevreden is over de gang van zaken om wat voor reden dan ook. Ervan uitgaande dat een leidster sociaalvaardig is, zal zij voldoende tact en inlevingsvermogen bezitten om hier goed mee om te gaan. Het gaat namelijk om kinderen. Meestal ontstaat een klacht wanneer de communicatie moeizaam verloopt. Het behoort tot de taak van de organisatie om de communicatie weer op gang te brengen. Het uitgangspunt hierbij is dat de klacht serieus genomen wordt en dat het probleem zo snel mogelijk verholpen wordt. Het liefst door degene die in de eerste instantie bij de klacht betrokken is. 

Wanneer een ouder/verzorger een klacht heeft over de wijze waarop een leidster het kind behandeld, dient de ouder/verzorger de klacht eerst bij de desbetreffende leidster neer te leggen omdat zij degene is die bij machte zou moeten zijn om een oplossing aan te dragen. Kunnen zij echter niet tot overeenstemming komen, dan kunnen de leidster en/of de verzorger zich wenden tot de leidinggevende en vervolgens tot het bestuur.

Wil men niet deze procedure volgen dan kan er ook van een klachtenformulier gebruik gemaakt worden en dit formulier komt vervolgens bij het bestuur terecht en deze neemt vervolgens contact op met ouder(s)/verzorger(s). Eventueel kan de klacht bij de klachtencommissie voorgelegd worden. Ook kunnen ouders rechtstreeks een klacht voorleggen bij de Geschillencommissie Peuterspeelzalen en Kinderopvang waar kinderopvang het Wantij bij geregistreerd staat. Meestal vinden er dan een of meerdere gesprekken plaats en wordt het probleem naar ieders tevredenheid opgelost. 

Zie ook het “Klachtenprotocol” 

11.6  Recht op privacy 

Ouders/verzorgers kunnen verzekerd zijn van het feit dat er zorgvuldig wordt omgegaan met persoonlijke gegevens. De speelzaal registreert een aantal gegevens van het kind dat van belang is voor een goede opvang of die worden vereist door de GGD. Deze gegevens worden door de ouders/verzorgers ingevuld op het aanmeldingsformulier. Hierbij gaat het om informatie met betrekking tot bijvoorbeeld: huisarts, telefonische bereikbaarheid op het werk en privé en een noodadres

11.7 AVG

Ook binnen de KOV Wantij hanteren wij de  Algemene Verordening Gegevensbescherming. 

De kind gegevens bewaren wij 5 jaar.

Foto- en videomateriaal gebruiken wij niet voor derden. Ook versturen wij via het internetmedium geen foto’s aan ouders. Wij zullen 3 keer per jaar een foto maken van het kind en deze foto’s laten wij ontwikkelen en geven de foto’s aan de ouders mee de foto’s komen niet op de computer en worden op het fototoestel gelijk gewist.

12. Indeling van onze ruimtes

Onze gezellig ingerichte ruimtes voldoen aan alle veiligheidseisen. We hebben gebruik gemaakt van vrolijke en frisse kleurtjes en er zijn verschillende hoekjes gemaakt waar de kinderen kunnen spelen. Afhankelijk van de tijd van het jaar, passen wij verschillende thema’s toe binnen de kinderopvang.  Denkt u aan Sinterklaas, kerst, de seizoenen, Pasen, de Boekenweek, etc. Kinderopvang ‘t Wantij ziet er voor de kinderen en hun ouders altijd weer gezellig en aantrekkelijk uit.

12.1 Werken met hoeken

In de kinderopvang werken we met verschillende hoeken om kinderen zoveel mogelijk uitdagingen te kunnen bieden. Deze hoeken veranderen regelmatig, aangepast aan de lopende thema’s.

Natuurlijk zorgen wij er te allen tijde voor dat enkel de kinderen die met de materialen om kunnen gaan ermee in contact kunnen komen.

Zo hebben we een babyhoek voor kinderen van 6 maanden tot 18 maanden. In deze box bieden we de baby’s activiteiten en materialen aan die passend zijn voor baby’s. Een poppenhoek, autohoek, themahoek, leeshoek en een speelhoek, deze hoeken zijn voor de kinderen van 0 tot 8 jaar.

13.  Risico- inventarisatie

13.1 Bedrijfshulpverlening

Tijdens het verblijf van uw kind binnen onze kinderopvang zal er altijd iemand aanwezig zijn met een BHV-diploma.

13.2 Veiligheid, verzekeringen & aansprakelijkheid

Om de veiligheid van uw kind te kunnen waarborgen voldoen alle ruimtes aan de GGD

gestelde eisen. Jaarlijks wordt er een risico-inventarisatie gemaakt. Tevens beschikken wij

over een ontruimingsplan. Dit plan kan, indien gewenst, door de ouder/verzorger bij ons op kantoor worden ingezien. Voor de ongelukjes die toch gebeuren, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, hebben wij een protocol calamiteiten. In dit protocol staat beschreven hoe onze medewerkers moeten handelen bij gebeurtenissen als een ongeval met een medewerker of met een kind.

Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor een geldige WA-verzekering. Kinderopvang ‘t Wantij heeft een ongevallenverzekering voor kinderen en medewerkers. Mochten er meegebrachte (persoonlijke) spullen van kinderen (kleding, speelgoed, verzorgingsspullen enz.) onverhoopt zoek raken of kapot gaan is kinderopvang ‘t Wantij  hiervoor niet aansprakelijk!

14. Samenwerkende instanties

14.1 Plaatselijke basisscholen

Om de overgang van onze 3-jarigen zo voorspoedig te laten verlopen, staan wij in contact met de Kardinaal de Jong school of één van de andere basisscholen op het eiland waar het kind heen zal gaan. Vlak voor het kind gaat wennen op de basisschool ontvangen de ouders(s)/verzorger(s) van ons, tijdens een persoonlijk gesprek, formulieren van de KIJK-registratie van het kind. Hierin staat informatie betreffende het kind op verschillende ontwikkelingsgebieden. De school kan hiernaar vragen en vinden dit erg prettig om in te zien. Zo kan de leerkracht, samen met het kind, direct een goede start maken!

14.2 JGZ (jeugdgezondheidszorg)

Het kan zijn dat we aan de ouder/verzorger tijdens een gesprek, het advies geven om vragen voor te leggen aan het JGZ. Dit is een herkenbaar inlooppunt, waarbij ouders en jongeren terecht kunnen met al hun vragen betreffende opvoeden, gezondheid en opgroeien. Het JGZ biedt ondersteuning, advies en hulp op maat. Het JGZ zit binnen het gebouw van ‘t Wantij. Joke Beekema werkt voor het JGZ, ze heeft al korte lijntjes en voor verder vragen kan de ouder/verzorger bij haar terecht.

14.3 GGD, ZAT en Verwijsindex

Als kinderopvang ‘t Wantij staan wij natuurlijk altijd in contact met de gemeente. Wij kunnen hier altijd terecht met vragen of voor advies op maat. De GGD, als onderdeel van de gemeentelijke belangen, speelt hierin ook een belangrijke rol. Zo kunnen wij als kinderopvang altijd onze vragen stellen betreffende een ziektebeeld bij kinderen of verspreidingsrisico’s van bepaalde kinderziekten. Daarnaast biedt de GGD ons ook de mogelijkheid om alle regels en richtlijnen te bespreken die voor de kinderopvang van toepassing zijn. Mede dankzij deze samenwerking hopen wij ieder jaar, tijdens de regionale inspectie, deze controle zo goed mogelijk af te ronden.

Ook maken wij deel uit van ZAT (Zorg Advies Team). Minimaal 3 keer per jaar hebben we overleg met de verschillende peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en JGZ. Problemen met kinderen kunnen besproken worden zodat er eventueel een gezamenlijk plan van aanpak komt.

Ook werken we met de verwijsindex. De verwijsindex is een digitaal contactsysteem waarin professionals (leerkrachten, thuishulpen, begeleiders en hulpverleners) hun betrokkenheid bij een jeugdige (0-23 jaar) kunnen aangeven door middel van een signaal.

Alleen professionele ondersteuners hebben toegang tot de verwijsindex. Als twee of meer van die professionals een signaal afgeven is er sprake van een match. Een dergelijk match houdt in dat op deze manier samen geprobeerd zal worden om tot één plan te komen en wel één kind, één gezin, één plan’.

14.4 Veilig Thuis

Binnen de kinderopvang zijn wij verplicht om te werken met een meldcode kindermishandeling. In deze meldcode staat een lijst van signalen waar onze pedagogisch medewerkers alert op moeten zijn. Verder staat er in onze meldcode een stappenplan beschreven die wij volgen bij een vermoeden van kindermishandeling (in welke vorm dan ook). Bij ‘’Veilig Thuis’’ (  http://www.vooreenveiligthuis.nl/ ) zijn wij, net als iedereen, vrij om meldingen te plaatsen en advies in te winnen.

15 Organisatie

15.1.   Bestuur 

Het bestuur streeft naar het realiseren van de doelstellingen van de organisatie. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het besturen en het functioneren van de organisatie. Het bestuur kan taken delegeren dan wel via de statuten eigen taken geven aan leidsters, commissies en werkgroepen. Het bestuur blijft verantwoordelijk en laat regelmatig verslag uitbrengen door degenen aan wie is gedelegeerd. In de notulen van de bestuursvergaderingen worden deze bevindingen vastgelegd. Het bestuur ziet er tevens op toe dat de verschillende belanghebbenden (ouders/verzorgers) hun stem kunnen laten gelden op het moment dat er beslissingen genomen worden die hen aangaan.

Het in dienst hebben van personeel maakt een bestuur tot werkgever. Het bestuur draagt dus werkgeversverantwoordelijkheid. Concrete taken die hieruit voortvloeien zijn:  

  • Het vaststellen van een personeelsbeleid en zorgdragen dat het beleid uitgevoerd wordt.
  • Het aanstellen en ontslaan van personeel.
  • Het (laten)uitvoeren van de financiële verplichtingen die het werkgeverschap met zich meebrengt. 
  • Deskundigheidsbevordering. 

15.2 Overlegvormen 

Dagelijks bestuursvergadering:

Het dagelijkse bestuur bestaat uit de voorzitter, penningmeester en secretaris en vergadert eens per maand, dit om beter in te kunnen spelen op actuele situaties en de bestuursvergaderingen voor te kunnen bereiden. 

Bestuursvergadering:

Het volledige bestuur vergadert eveneens eenmaal per maand. Deze vergaderingen hebben onderwerpen als beleid, externe contacten, onderwerpen vanuit de leidster, en werkgroepen. Daarnaast brengen mensen aan wie een taak gedelegeerd is verslag uit. 

16. Pedagogische beleidsmedewerker/ Coach

16.1 Pedagogisch coach

De coach is gericht op het verbeteren van de pedagogische kwaliteit van onze stichting en de professionele ontwikkeling van de pedagogisch medewerkers. De pedagogisch coach fungeert als spil tussen het pedagogisch beleid en de uitvoering hiervan. Zij begeleid, coacht en stimuleert het ontwikkelingsproces van de medewerkers op pedagogisch gebied.

Beschikbare uren voor coaching in het jaar 2020 zijn, 38 uur per jaar (2.5 uur per maand). Dit is volgens de regels van(www.ratio.nl/rpb)

De coach zal met de pedagogisch medewerkers een coaching plan opstellen passend binnen de uren die ze hiervoor heeft. Bij ’t Wantij kijken we als team  naar een gezamenlijk doel wat past in het beleid van ’t Wantij en daarnaast werkt iedereen aan zijn/ of haar individuele doel. Dit kan betrekking hebben op het of op de pedagogisch medewerker zelf.

De Coach wordt gecoacht door de beleidsmedewerker die ook geschoold is als coach. Ze  heeft hier 5 uren per jaar voor kijkend naar de FTE van de coach.

Elk individueel coachins plan wordt met een POP plan vastgelegd. ( zie bijlage) Dit wordt met een sleutel vergrendeld op de computer. Het coaching plan blijft bij de coach en de medewerker.  Als de coach vraag buiten het bereik van de coach ligt, zal zij doorverwijzen naar derden. Als er scholing gewenst is zal de coach dit oppakken met de beleidsmedewerker.

De ouders zijn dmv. De nieuwsbrief en het beleidsplan op de hoogte gebracht, dat per september 2019 een coach binnen het team is aangesteld. En wat het doel van de coach is binnen onze kinderopvang. 

16.2 Pedagogisch Beleidsmedewerker

De pedagogisch beleidsmedewerker is gericht op het actualiseren van het pedagogisch beleid binnen kinderopvang  ’t Wantij. Zij bewaakt en borgt de invoering van het pedagogisch beleid en vertaalt deze naar de werkpraktijk onder andere door concrete activiteiten, methoden en instrumenten te ontwikkelen. De uren van de beleidsmedewerker worden naar eigen inzicht binnen de kaders ingezet.

Beschikbare uren voor beleidsmedewerker 2020 zijn: 50 uur per jaar (4,1 uur per maand)

Tijdens iedere vergadering behandelen we een stuk van het pedagogisch beleidsplan,

zodat we allemaal weten waar we over praten en de neuzen dezelfde kant op hebben.

Als er een verandering is het beleidsplan laten we dit weten via de nieuwsbrief weten en verwijzen we de ouders door naar beleidsplan. Huisregels, richtlijnen en protocollen worden mee verstuurd bij de intake.

Het VVE beleid houd de beleidsmedewerker goed bij. Als er regels in de wetgeving veranderen is de beleidsmedewerker hiervan op de hoogte en zal dit meenemen in de uitvoering.

De pedagogisch beleidsmedewerker is ook als coach geschoold en zal de taak op zich nemen om de pedagogisch coach te coachen. Dit gaat om 0,5 FTE per jaar. Er worden hiervoor 5 uren per jaar voor gerekend.

17. Tot slot 

Er wordt voortdurend gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van alle facetten van kinderopvang  ‘t Wantij”. Het pedagogisch beleidsplan geeft aan wat de uitgangspunten van handelen zijn. Om dit beleidsplan up-to-date te houden zal iedere jaar het plan bijgesteld dienen te worden. In aanvulling op dit pedagogisch beleidsplan zijn er een aantal protocollen opgesteld. Zoals een protocol ziekteverzuim, kindermishandeling, hygiëne, calamiteitenplan, intake etc. 

Deze protocollen gaan dieper in op de desbetreffende onderwerpen en geven aan hoe te handelen in voorkomende gevallen. 

Verder wordt er gewerkt met de Risicomonitor voor veiligheid, gezondheid en kwaliteit. 

De Risicomonitor is het meest overzichtelijke en gebruikersvriendelijke instrument voor alle risico-inventarisaties. Je werkt met actieplannen rond de Arbo voor medewerkers. Ook werk je aan veiligheid en gezondheid voor kinderen. Deze risico-inventarisaties krijgen ieder jaar een update. 

Wij gaan ervan uit dat u door het lezen van dit beleidsplan een duidelijk beeld heeft gekregen van het hoe en waarom op “Het Wantij”. Mocht u als ouder/verzorger echter opmerkingen en aanvullingen hebben ten aanzien van dit plan dan zijn deze vanzelfsprekend welkom. 

 

Buren Ameland, Oktober 2020

Wilbranda van Bavel