Buren maart 2015,

 

INFORMATIE LEERLINGVOLGSYSTEEM “KIJK”

Waarom een leerlingvolgsysteem:

Het ministerie van sociale zaken heeft samen met  o.a. Belangenvereniging van ouders in de kinderopvang en peuterspeelzalen, primair onderwijs en branchorganisatie kinderopvang afspraken gemaakt om de kwaliteitseisen te versterken. Dit gaat bijvoorbeeld over pedagogisch beleid, 4 ogen op de groep, en structureel volgen van kinderen. Dit hield voor de peuterspeelzalen en kinderopvang in dat er een leerlingvolgsysteem moest komen waarin alle ontwikkelingsaspecten aan de orde kwamen en kinderen in de leeftijd 0-4 jaar de nodige aandacht kregen. Dit is een zoektocht geweest.

Na het vergelijken van de diverse volgsystemen zijn wij uitgekomen bij KIJK. Hiervoor zijn we een dag naar Leeuwarden geweest om te ervaren of het bij ons paste. Dat was het geval en zijn hier mee doorgegaan. Er heeft scholing plaats gevonden en er komen nog 2 terugkom dagen.

 

Waarom en hoe werkt Kijk:

Kijk is een leerlingvolgsysteem waarbij je observeert en kijkt wat het kind al kan. Je observeert en bekijkt dan of het kind extra aandacht nodig heeft voor een ontwikkelingsaspect of niet. Kijk heeft de volgende ontwikkelingsaspecten: achtergronden van een kind, basiskenmerken baby, dreumes en peuter, betrokkenheid, signalen die wijzen op risico voor de ontwikkeling 0-2 en 2-4 jaar. Omgaan met zichzelf, omgaan met anderen, zelfredzaamheid, spelontwikkeling, spraak/taalontwikkeling, grote en kleine motoriek, tekenontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, ontluikende geletterdheid, ontluikende gecijferdheid. Het geeft een mooi totaalbeeld van een kind. Ieder ontwikkelingsaspect is een bril, wat staat voor een periode van extra aandacht voor dit punt. Wij gebruiken de bril per maand. Bijvoorbeeld, januari is taalontwikkeling, februari  voor de grote motoriek. Dan let je extra op dit onderdeel en neemt eventuele stappen om dit punt te verbeteren / stimuleren. Daarbij voor ogen houdend dat geen  kind gelijk is en dat ontwikkelingen in hun eigen tempo gaan.

 

Overdracht basisschool:

Er veranderd eigenlijk niet veel. Het overdrachtsformulier  gaat gewoon mee naar de basisschool zoals dat nu ook al gebeurd. Mocht er meer uitleg nodig zijn over het kind zal dat mondeling aan de leerkracht worden toegelicht. 2 keer per jaar hebben de leidsters overleg met de leerkrachten van groep  1 en 2 over hoe het gaat met de “oude peuters” of er nog zaken anders hadden gemoeten en of de leidsters een goed beeld hadden van het kind. Hoe het kind zich nu ontwikkeld en of er informatie ontbreekt of voldoende is. Ook is er overleg over aankomende kinderen.

 

Contactmomenten ouders/verzorgers:

Op de peuterspeelzaal zijn regelmatig oudergesprekken, als de ouder verzorger meehelpt als hulpmoeder. Wanneer er extra gesprekken nodig zijn wordt dat ingepland. Wanneer een kind de peuterspeelzaal verlaat is er een afsluitend gesprek waarbij de diverse ontwikkelingsaspecten en algemene punten worden besproken.