Ped beleidsplan Veiligheid en Gezondheid 2018

KINDEROPVANG ‘t WANTIJ

Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid  2018  

Inhoudsopgave

1.0 Voorwoord

2.0 Missie en visie veiligheid en gezondheid

2.1 Missie

2.2 Visie

2.3 Doel

3.0 Grote risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid

Fysieke veiligheid, Vallen van hoogte, Verstikking, Verbranding, Letsel door gevaarlijke voorwerpen,

Sociale veiligheid

3.2.1 Grensoverschrijdend gedrag

3.2.2 Kindermishandeling

3.2.3 Vermissing ,Gezondheid, Besmetting ziektekiemen, Voedselvergiftiging

4.0 Omgaan met kleine risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid

Risico-inventarisatie

Preventieve maatregelen op het gebied van veiligheid

Preventieve maatregelen op het gebied van gezondheid

Protocollen en werkinstructies

6.0 Thema’s uitgelicht

6.1 Grensoverschrijdend gedrag

6.2 Vierogen principe

6.3 Achterwachtregeling

7.0 EHBO-regeling

8.0 Beleidscyclus

8.1 Plan van aanpak

8.2 Evaluatie

9.0 Communicatie en afstemming intern en extern

9.1 Intern

9.2 Extern

10.0 Ondersteuning en melding van klachten

10.1 Klachtenregeling

 

BIJLAGE 1 Huisregels kinderen

BIJLAGE 2 Gedragsregels Kinderopvang 

BIJLAGE 3 Preventie maatregelen/huisregels op het gebied van veiligheid

BIJLAGE 4 Preventie maatregelen/huisregels op het gebied van gezondheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.0   Voorwoord

Voor u ligt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid van Kinderopvang ‘t Wantij. Met behulp van dit beleidsplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe we op onze locatie op het gebied van veiligheid en gezondheid werken. Het doel van het beleidsplan is de kinderen en medewerkers een zo veilig en gezond mogelijke werk-, speel- en leefomgeving te bieden. Zodat de kinderen beschermd worden tegen risico’s met ernstige gevolgen en leren omgaan met kleine risico’s.  Het beleidsplan veiligheid en gezondheid is geldig vanaf 1 januari 2018. Het beleidsplan is o.a. tot stand gekomen door gesprekken te voeren met pedagogisch medewerkers over diverse thema’s rondom veiligheid en gezondheid. Tijdens deze gesprekken is kritisch gekeken of de huidige manier van werken leidt tot een zo veilig en gezond mogelijke werk-, speel- en leefomgeving. Indien noodzakelijk zijn er maatregelen opgesteld voor verbetering.  Wij als kinderopvang voldoen aan de regels zoals die gesteld zijn in de Wet Kinderopvang en aanverwante regelgeving. Wij werken samen met de GGD en brandweer. Wij volgen nauwkeurig hun regelgeving op om te kunnen voldoen aan hun opgestelde kwaliteitseisen.  Het hebben en uitvoeren van een verantwoord beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid is dan ook heel belangrijk. Dit beleidsplan is bestemd voor iedereen die direct of indirect bij Kinderopvang ’t Wantij betrokken is. Op deze manier hopen we een duidelijk beeld te schetsen van onze manier van werken. Het beleidsplan is dynamisch. Dit houdt in dat we het plan regelmatig evalueren en indien nodig aanscherpen of bijstellen. Het doel hiervan is de kwaliteit op het gebied van veiligheid en gezondheid te borgen en zo hoog mogelijk te houden.  

 

2.0   Missie en Visie veiligheid en gezondheid                                                                                                  In dit hoofdstuk is beschreven wat de missie en visie is van Kinderopvang ‘t Wantij ten aan zien van veiligheid en gezondheid. Wij vinden het belangrijk om onze visie op de ontwikkeling van het kind hierin te betrekken.

2.1 Missie Kinderopvang ’t Wantij biedt ouders professionele opvang voor kinderen van 0 - 4 jaar. Kinderen krijgen de mogelijkheid om zich vanuit een veilige basis zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen, aangepast aan de ontwikkelingsfasen, mogelijkheden en talenten van elk individueel kind. Wij vangen kinderen op in een veilige en gezonde kinderopvang.

it doen we door:

 - Kinderen af te schermen van grote risico’s; 

- Kinderen te leren omgaan met kleinere risico’s;

- Kinderen uit te dagen en te prikkelen in hun ontwikkeling. 

2.2 Visie Kinderopvang ‘t Wantij levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling, opvoeding en verzorging van kinderen. Wij staan voor opvang met passie, waarbij de ontwikkelingskansen voor kinderen centraal staan Het blijven uitdagen van kinderen en het leren omgaan met verschillende soorten situaties vormen daarvan een belangrijk onderdeel. Een veilige en gezonde leef- en speelomgeving vormt de basis van dit alles. Ouders en kinderen kunnen rekenen op een veilig en samenhangend netwerk, dat kinderen begeleidt en stimuleert in hun ontwikkeling en ouders ondersteunt in hun opvoedtaak. Het is belangrijk dat het netwerk laagdrempelig is als bijzondere ondersteuning aan ouders en/of kinderen noodzakelijk is.  Kinderopvang ’t Wantij hecht grote waarde aan openheid, respect, geborgenheid, veiligheid en een persoonlijke benadering. Zowel ten aanzien van de kinderen, de ouders, de medewerkers als andere betrokkenen

 

2.3 Doel vanuit de wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang dienen wij een beleid te creëren ten aanzien van Veiligheid en Gezondheid waar alle medewerkers zich verantwoordelijk voor voelen. 

De belangrijkste aandachtspunten binnen het vormgeven van het beleid zijn:

- Het bewustzijn van mogelijke risico’s;

- Het voeren van een goed beleid op grote risico’s;

- Het gesprek hierover aangaan met elkaar en met de externe betrokkenen. 

Dit alles met als doel, een veilige en gezonde omgeving te creëren waar kinderen onbezorgd kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Op korte termijn is het van belang dat het beleid Veiligheid en Gezondheid wordt geïmplementeerd op de locatie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de leidinggevende. Voor het uitvoeren van de implementatie zal tijdens de groepsoverleggen het beleid worden besproken en komt als vast onderdeel op de agenda.

 

3.0   Grote risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste grote risico’s die op onze locatie kunnen leiden tot ernstige ongevallen, incidenten of gezondheidsproblemen. We hebben de risico’s onderverdeeld in drie categorieën; fysieke veiligheid, sociale veiligheid en gezondheid. Per categorie hebben we maximaal 5 belangrijke risico’s benoemd met de daarbij behorende maatregelen die zijn of worden genomen om het risico tot het minimum te beperken. Voor de overige risico’s verwijzen we naar de RI&E waarin de complete risico-inventarisatie is opgenomen die in 2017 is uitgevoerd.

3.1 Fysieke veiligheid

Ten aanzien van fysieke veiligheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:

3.1.1 Vallen van hoogte

De genomen maatregelen zijn:

- Niet weglopen bij baby´s die in de box liggen als het deurtje niet dicht is. De hoge box wordt alleen gebruikt voor kinderen die nog niet kunnen staan/lopen. Haal speelgoed dat als opstapmogelijkheid kan dienen uit de box;

- Er wordt goed gelet op de combinatie kind-kinderstoel, waarbij gekeken wordt in hoeverre het kind zelfstandig kan zitten (gebruik wel/geen stoelverkleiner/ beugel/ tuigje) en in hoeverre het kind rustig kan zitten (wel/ niet naast de pedagogisch medewerker plaatsen). Zorg dat het kind met een been aan weerskanten van de kruisband in de stoel zit;

- Niet weglopen bij baby´s in hoogslapers als het deurtje niet dicht is;

- Kinderen die kunnen staan mogen alleen in lage bedjes te slapen worden gelegd, of in hoge bedjes met een dakje;

- Begeleid kinderen op het trapje van de aankleedtafel. Gebruik dit trapje zodra een kind zelf kan klimmen. Na gebruik van het trapje van de aankleedtafel deze gelijk inschuiven. Kinderen mogen niet zelf het trapje van de aankleedtafel bedienen (gevaar voor vingers en tenen!);

- Niet weglopen bij kinderen die op de aankleedtafel liggen; 

- Verschoonspullen worden binnen handbereik op de aankleedtafel gelegd, om te voorkomen dat de pedagogisch medewerker het kind onbeschermd op de aankleedtafel achterlaat;

- Speelmateriaal zoals fietsjes e.d. worden gebruikt op het bestrate gedeelte van het buitenterrein. De pedagogisch medewerkers letten er op dat er niet gefietst wordt onder of in de buurt van de speeltoestellen (i.v.m. vallen op fietsje). 

- Als er los speelmateriaal onder de speeltoestellen ligt, wordt dit zo snel mogelijk opgeruimd;

 3.1.2 Verstikking

 De genomen maatregelen zijn:

- Laat de kinderen rustig zitten tijdens het eten, om verslikken te voorkomen

- Bij traktaties wordt geen gevaarlijk snoepgoed (wat verstikkingsgevaar kan opleveren) uitgedeeld aan de kinderen

 - Spenen worden regelmatig gecontroleerd op scheurtjes.

 Aan ouders wordt gevraagd de speen regelmatig te vervangen.

- Er wordt speelgoed gebruikt dat aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen. Dit betekent o.a. dat er geen speelgoed dat verstikkingsgevaar op kan leveren wordt gebruikt bij de baby’s. Kinderen jonger dan 3 jaar laten wij alleen onder toezicht spelen met speelgoed kleiner dan 3,5 cm. Zorg dat kleine kinderen gescheiden van de grotere kinderen spelen. De groten kunnen bijvoorbeeld aan de tafel spelen, zodat de kleintjes er niet bij kunnen. Als er speelgoed is waar de kleintjes echt niet aan mogen komen, laat de oudere kinderen er dan mee spelen als de kleintjes naar bed zijn. Als grote en kleine kinderen samen spelen, gebeurt dit met het speelgoed voor de jongere kinderen.

- De pedagogisch medewerkers controleren zelf regelmatig het speelgoed. Speelgoed dat niet veilig is (stuk, beschadigd, afbladderende verf, losse stiksels of touwtjes bij stoffen speelgoed) wordt gerepareerd of weggegooid. Bij aanschaf van nieuw speelgoed wordt goed gekeken of speelgoed veilig is. 

- Laat baby´s op hun rug slapen (tenzij ouders schriftelijke toestemming hebben gegeven voor buikslapen).

 - Gebruik bij kinderen jonger dan 2 jaar een goed passende slaapzak.

- Er worden geen kussentjes gebruikt in de bedjes, alleen een hydrofiel onderlegger.

 - De slaapkamertjes worden niet als opslagruimte gebruikt: er worden geen losse materialen neergezet, maar deze worden in kasten opgeborgen. Op deze manier is de kans op vallen of verstikking kleiner

 - Voordat de kinderen buiten gaan spelen, controleert de pedagogisch medewerker of er geen zwerfvuil op het terrein (of in de zandbak) ligt. De pedagogisch medewerker controleert ook of er geen kleine voorwerpen op het terrein liggen.   

3.1.3 Vergiftiging

 De genomen maatregelen zijn:

 - Medicijnen worden bewaard buiten bereik van kinderen (indien nodig in de koelkast).

 - Schoonmaakmiddelen, andere giftige stoffen en plastic zakken worden buiten bereik van kinderen bewaard (in een hoge (>1.35m) afsluitbare kast of in een kastje met beveiliger). De kast wordt na gebruik altijd afgesloten.

 - Echte schoonmaakwerkzaamheden worden gedaan wanneer de kinderen niet aanwezig zijn op de groep.

 - Op de locatie is de Gifwijzer aanwezig. Deze hangt op een duidelijk zichtbare plaats. In de Gifwijzer is te lezen welke stappen moeten worden genomen bij (mogelijke) vergiftiging. In geval van vergiftiging wordt echter altijd 112 gebeld met de vraag om advies.

 - Voordat de kinderen buiten gaan spelen, controleert de pedagogisch medewerker of er geen zwerfvuil op het terrein (of in de zandbak) ligt. De pedagogisch medewerker controleert ook of er geen kleine voorwerpen op het terrein liggen

- Er zijn geen giftige of stekelige planten of begroeiing rondom of op het speelterrein

  3.1.4 Verbranding

  De genomen maatregelen zijn:

- Kopjes met hete dranken worden buiten bereik van de kinderen geplaatst.

 Er worden geen kinderen op schoot genomen wanneer koffie of thee wordt gedronken;

-  Zorg dat er geen opstapmogelijkheden voor kinderen bij de heet water kraan staan in de keuken;

- Om verbranding van de zon te voorkomen wordt er een hitteprotocol gehanteerd;

3.1.5 Letsel door omvallende kast en gevaarlijke voorwerpen

 De genomen maatregelen zijn:

 - Alle kasten zijn verankerd met schroeven aan de muur en worden nooit in een smalle looproute geplaatst;

- In bepaalde ruimtes (keuken, kantoor, berging) mogen kinderen niet alleen komen.

- Gevaarlijke voorwerpen, zoals messen, scharen, lucifers of aanstekers en gereedschap worden buiten het bereik van kinderen (hoog of in een afgesloten kast) opgeborgen;

- Gevaarlijke kantoorartikelen zoals een papiersnijder en stanleymes worden buiten bereik van de kinderen bewaard. Deze artikelen worden ook alleen gebruikt door de pedagogisch medewerkers;

3.2 Sociale veiligheid

 

Ten aanzien van sociale veiligheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:

3.2.1 Grensoverschrijdend gedrag  De genomen maatregelen zijn:

 - De genomen maatregelen staan beschreven in hoofdstuk 6.1; 

3.2.2 Kindermishandeling

  De genomen maatregelen zijn:

- De medewerkers zijn op de hoogte van de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld en wordt in de praktijk toegepast;

- De pedagogisch medewerkers hebben de training van de meldcode gevolgd;

- De leidinggevenden hebben de training voor aandacht functionaris gevolgd;

- Er wordt op de groepen gebruik gemaakt van een registratieformulier. Het formulier dient ervoor om de zorgen over een kind te registeren. Hierdoor krijg je als pedagogisch medewerker inzichtelijk over welke bijzonderheden/opvallend heden het gaat. Hoe vaak en wanneer dit voorkomt en of je dit wel/niet met de ouders bespreekt en zo ja hoe zij hierop reageren;

 3.2.3 Vermissing

De genomen maatregelen zijn:

- De deuren dienen altijd gesloten te zijn zodat kinderen niet ongemerkt naar buiten kunnen;

- De poort van de buitenruimte dient altijd gesloten te worden zodat kinderen niet ongemerkt van het buitenterrein kunnen;

 

3.2 Gezondheid 

 Volgens de GGD is in Nederland is deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma niet wettelijk verplicht. Er zijn ouders die – bijv. vanwege hun levensbeschouwing – besluiten om hun kinderen niet te laten vaccineren. Dit is met name een risico voor het ongevaccineerde kind zelf. Het kind is niet beschermd als het met de veroorzakers van de betreffende ziekten in aanraking komen. De kans dat een niet gevaccineerd kind andere kinderen met een ziekte uit het Rijksvaccinatieprogramma besmet is uiterst klein. Dit komt omdat meer dan 99% van de kinderen en volwassenen zijn gevaccineerd, dit effect heet groepsimmuniteit. Op het gebied van infectiezieken volgt ’t Wantij zoveel mogelijk het advies van de RIVM en/of GGD. Ten aanzien van gezondheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:

 3.3.1 Besmetting ziektekiemen De volgende protocollen zijn aanwezig om het risico besmetting door ziektekiemen zoveel mogelijk uit te sluiten, zie bijlage 4:

- Handhygiëne;

- Hygiëne commode en toiletruimte;

- Hygiëne bij verkoudheid;

- Ziekte en ongevallen;

- Schoonmaak van de ruimtes en speelgoed;

3.3.2 Voedselvergiftiging

 - Om voedselvergiftiging te voorkomen zijn er regels opgesteld rondom eten en drinken en het bereiden hiervan; zie ordner protocollen “Hygiënecode kleine instellingen”.

 

4.0   Omgaan met kleine risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid

Leren omgaan met risico’s is erg belangrijk voor kinderen. Internationaal wetenschappelijk onderzoek1 toont aan dat leren omgaan met risico’s goed is voor de ontwikkeling van kinderen.  Door het ervaren van risicovolle situaties, bijvoorbeeld tijdens het spelen, ontwikkelen kinderen risicocompetenties: ze leren risico’s inschatten en ontwikkelen cognitieve vaardigheden om de juiste afwegingen te maken wanneer een risicovolle situatie zich opnieuw voordoet. Het nemen van risico’s is een onderdeel van de ‘gereedschapskist’ voor effectief leren. Risicovol spelen ontwikkelt een positieve houding van ‘ik kan het’ en daarmee gaat een kind uitdagingen meer

zien als iets om van te genieten dan om te vermijden. Dit vergroot onafhankelijkheid en zelfvertrouwen, wat belangrijk kan zijn voor hun doorzettingsvermogen als ze geconfronteerd worden met uitdagingen. Het leren omgaan met risico’s heeft een positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid van kinderen en op het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Kinderen staan sterker in hun schoenen en kunnen beter conflicten oplossen en emoties herkennen van speelmaatjes. Bewegingen die veel voorkomen bij risicovol spelen, zoals slingeren, klimmen, rollen, hangen en glijden, zijn niet alleen leuk voor kinderen, maar ook van essentieel belang voor hun motorische vaardigheden, balans, coördinatie, en lichaamsbewustzijn. Kinderen die dat niet doen zijn vaker onhandig, voelen zich ongemakkelijk in hun eigen lichaam, hebben een slechte balans en bewegingsangst.  

Onze missie is onze kinderen een zo veilig en gezond mogelijke opvang te bieden. Hierbij willen we ongelukken of ziekte als gevolg van een bijvoorbeeld niet schoon of ondeugdelijk speelgoed voorkomen. Maar met over bescherming doen we de kinderen uiteindelijk ook geen goed. Daarom beschermen we de kinderen tegen onaanvaardbare risico’s. Een bult, een schaafwond of iets dergelijks kan gebeuren. Sterker nog, er zit ook een positieve kant aan:

• Het heeft een positieve invloed op fysieke gezondheid

• Het vergroot zelfvertrouwen, zelfredzaamheid en doorzettingsvermogen

• Het vergroot sociale vaardigheden Daarom aanvaarden wij op onze opvang de risico’s die slechts kleine gevolgen kunnen hebben voor de kinderen en leren ze hier op een juiste manier mee om te gaan. Om risicovolle speelsituaties veilig te houden moeten kinderen zich daarom tijdens spelsituaties of activiteiten houden aan diverse afspraken. Daarnaast zijn er afspraken over hoe om te gaan met spullen als speelgoed en gereedschap, dit om te voorkomen dat door oneigenlijk gebruik letsel kan ontstaan.  Om gezondheidsrisico’s te beperken en de kinderen hieraan zelf bij te laten dragen zijn daarom goede afspraken met kinderen noodzakelijk. Voorbeelden van afspraken die met kinderen zijn gemaakt, zijn het wassen van de handen na toiletbezoek of het houden van een hand voor de mond tijdens niezen of hoesten. Ook leren de jonge kinderen dat ze niet met de afvalemmer mogen spelen, maar wel zelf hun luier weg mogen gooien.                            

De afspraken worden regelmatig met de kinderen besproken en herhaald. Bijvoorbeeld voorafgaand aan een activiteit of spel, voorafgaand aan een verschoningsmoment of in periodes dat veel kinderen en medewerkers verkouden zijn. Tijdens overlegmomenten van de teams wordt besproken of de afspraken die zijn vastgelegd in het beleid ook in de praktijk tot uiting komen en ook daadwerkelijk de risico’s verkleinen. 

 

5.0   Risico-inventarisatie

In maart 2017 hebben we de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid uitgevoerd. Voor alle actiepunten wordt een deadline bepaald, de leidinggevende is verantwoordelijk voor de uitvoering. Actiepunten kunnen bestaan uit het daadwerkelijk aanpassen (veiliger of gezonder maken) van de ruimte, het aanpassen van de werkinstructies en het implementeren of borgen van de werkinstructies.  Aan de hand van de inventarisatie hebben we de risico’s op onze locatie in kaart gebracht. De grote risico’s zijn reeds beschreven in hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk worden de preventieve maatregelen beschreven die voortkomen uit de inventarisatie en het actieplan.

 5.1 Preventieve maatregelen op het gebied van veiligheid 

Kinderopvang ‘t Wantij heeft als uitgangspunt dat de ruimtes (zowel binnen als buiten) van de kinderdagopvang veilig moeten zijn en tegelijkertijd een uitdaging moeten bieden. Daarom wordt telkens goed overwogen of een veiligheidsrisico aanvaardbaar is, of dat er maatregelen moeten worden genomen. De genomen maatregelen gelden voor de hele locatie.

 5.2 Preventieve maatregelen op gebied van gezondheid

 Kinderen die de Kinderopvang bezoeken kunnen in contact komen met infectieziekten. Om dit risico  zo klein mogelijk te houden, heeft Kinderopvang ‘t Wantij het beleid Zieke kinderen. Hierin staat beschreven in welke gevallen een kind het kinderdagverblijf niet mag bezoeken en hoe de pedagogisch medewerkers moeten handelen in geval van ziekte. Tevens nemen we preventieve maatregelen (m.b.t. de overdracht van ziektekiemen, het binnenmilieu, het buitenmilieu en (het uitblijven van) medisch handelen) die de gezondheid van alle kinderen, ouders en medewerkers zo goed mogelijk waarborgen.

 5.3 Protocollen en werkinstructies

Om het veiligheidsbeleid en gezondheidsbeleid binnen ons kinderdagverblijf juist op te kunnen volgen en uit te kunnen voeren, zijn er verschillende protocollen en werkinstructies opgesteld. Op deze manier worden Pedagogisch medewerkers en overig personeel instaat gesteld om het veiligheids- en gezondheidsbeleid op de juiste manier vorm te geven en uit te voeren op de locatie.  - Protocol ongevallen en calamiteiten - Ontruimingsplan - Protocol sociale media – Vierogen principe - Gedragsregels - Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld - Beleid zieke kinderen - Protocol medicijnverstrekking - Protocol wiegendood

 

6.0 Thema’s uitgelicht In dit hoofdstuk beschrijven we uitgebreid een aantal thema’s.

 In de eerste paragraaf gaan we in op hoe wij handelen bij het zien van grensoverschrijdend gedrag. Opvolgend wordt in de tweede paragraaf ingegaan op hoe wij het vierogen principe in de praktijk toepassen. Tot slot beschrijven we in paragraaf 3 hoe wij de achterwachtregeling inzetten.

 6.1 Grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend gedrag door volwassenen of door kinderen kan een enorme impact hebben op het welbevinden van het getroffen kind of medewerker. Op onze locatie heeft dit thema dan ook onze bijzondere aandacht.  We hebben de volgende maatregelen getroffen om grensoverschrijdend gedrag met elkaar te voorkomen en wat te doen als we merken dat het toch plaatsvindt.

 - Tijdens het teamoverleg wordt regelmatig over het onderwerp gesproken om zo een open aanspreekcultuur te creëren waarbij medewerkers elkaar durven aan te spreken en elkaar feedback te geven op elkaars handelen;

- In het pedagogisch beleidsplan hebben we opgenomen dat kinderen wordt geleerd hoe je met elkaar om kunt gaan waarbij respect is voor normen en waarden. Zo weten kinderen wat wel en niet toelaatbaar is en wat gepast en ongepast gedrag is;

- Alle medewerkers hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG-verklaring). Per 1 maart 2018 staat iedereen vermeld in het Personenregister;

- We werken met het vierogen principe;

- Medewerkers kennen het vierogen principe;

- Het vierogen principe wordt nageleefd;

- Medewerkers spreken elkaar aan als ze merken dat het vierogen principe niet goed wordt nageleefd door hun collega’s;

 - Er is een protocol wat te doen als kindermishandeling wordt vermoed;

- Medewerkers kennen het protocol wat te doen als kindermishandeling wordt vermoed;

 6.2 Vierogen principe

Kinderen worden in een veilige omgeving uitgedaagd om te leren en zich te ontwikkelen. Kinderopvang ’t Wantij  heeft het vierogen principe gemaakt dat bijdraagt aan een veilige omgeving voor de kinderen. Onder de voorwaarde dat wij er tegelijkertijd voor willen zorgen dat kinderen voldoende ervaringen kunnen opdoen, uitgedaagd worden om te groeien, zonder dat zij daarin belemmerd worden door te knellende regels. Ook voor pedagogisch medewerkers geldt dat wij willen dat zij zich in een veilige omgeving uitgedaagd voelen om te groeien en zich verder te ontwikkelen. Veilig betekent hier bijvoorbeeld dat er een open aanspreekcultuur is waarin medewerkers elkaar aanspreken. Dat pedagogisch medewerkers weten dat hun collega meekijkt en/of luistert, juist om het voor de medewerkers veiliger te maken om hun werk te kunnen doen.

 Op de dagopvang is het wettelijk verplicht het vierogen principe toe te passen. Dit vormt een belangrijk onderdeel van het beperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag. Het doel van dit vierogen principe is het risico op misbruik van kinderen te beperken door te voorkomen dat volwassenen zich binnen een kinderdagverblijf gedurende langere tijd ongehoord of ongezien kunnen terugtrekken met een kind. Op onze locatie is het zo georganiseerd dat een pedagogisch medewerker, stagiair, vrijwilliger of andere volwassene zijn of haar werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij of zij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. Dit betekent dat altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren. Dat betekent dat met vier ogen, ook vier oren kunnen worden bedoeld.

 Wij geven hier op de volgende wijze vorm aan:

Ten aanzien van het personeel:

- Van iedere medewerker is er een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Dit geldt tevens voor stagiaires en vrijwilligers;

- Er heerst een open werkklimaat, zodat medewerkers elkaar altijd aan durven te spreken op hun handelen. Dit creëren we door elkaar feedback te (leren) geven in elke geleding van de organisatie (functioneringsgesprekken, groepsoverleggen, groepsobservaties door manager);

- Er werkt een vast team van medewerkers;

- Medewerkers lopen bij elkaar binnen en werken nauw samen. Zo houden ze toezicht op elkaar en elkaars manier van werken;

 - In de uren dat de pedagogisch medewerker alleen op de groep staat tijdens de 3uursregeling, is er een voortdurende inloop door ouders. Het onvoorspelbare karakter van de haal en brengsituaties (je weet niet exact wanneer een ouder binnen- of langsloopt) verkleint het risico dat iemand zich onbespied of niet gecontroleerd zou kunnen voelen;

- De leidinggevende komt regelmatig onaangekondigd binnen in de groepsruimten. Juist omdat dit ook niet op ingeplande momenten gebeurt en dus onvoorspelbaar is, draagt dit bij aan bij vierogen principe.

Ten aanzien van de transparantie van het gebouw:

- Het gebouw is zo transparant mogelijk;

- De groepsruimte is voorzien van grote ramen, zodat er altijd van buiten naar binnengekeken kan worden;

- Ramen worden niet dichtgeplakt met bijvoorbeeld werkjes of aankondigingen;

- De verschoonruimtes op de groepen zijn op de groep zelf;

- De toiletruimte van de peuters bevindt zich in de gang. De deur is altijd open als de kinderen binnen zijn, zodat er altijd iemand mee kan kijken;

- Wanneer een pedagogisch medewerker alleen op de groep werkt staan de deuren open. Op deze manier zien en horen medewerkers elkaar tijdens het werk;

- In de slaapkamers staat de babyfoon altijd aan en de ontvanger staat op de groep waar een andere medewerker aanwezig is. 

Ten aanzien van signaleren:

 - Is bij de medewerkers de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bekend

 - De medewerkers zetten de meldcode in wanneer dit nodig is;

- De aandachtfunctionarissen dienen als aanspreekpunt voor de Pedagogisch medewerkers. 

Ten aanzien van uitstapjes:

- Bij uitstapjes gaan pedagogisch medewerkers bij voorkeur minimaal met zijn tweeën op pad met een groepje kinderen;

- Als pedagogisch medewerkers alleen met een groepje kinderen op pad gaan, dan is dit een vaste pedagogisch medewerker en dan is dit in een omgeving waar voldoende sociale controle aanwezig is van andere mensen (bijvoorbeeld naar de bakker, kinderboerderij, etc.);  

 

6.3 Achterwachtregeling

 Alle groepen zijn in één pand gevestigd, hierdoor zijn er altijd genoeg medewerkers aanwezig die als achterwacht kunnen dienen. Er zijn altijd minimaal twee medewerkers in het pand aanwezig.  Als in een uitzonderlijke situatie er maar één medewerker aanwezig kan zijn en er geen andere volwassene op de locatie is, moet de achterwachtregeling worden toegepast. Dit betekent dat in geval van calamiteiten een achterwacht beschikbaar is die binnen vijftien minuten aanwezig kan zijn op de opvanglocatie. De (actieve) achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden op de locatie. De volgende personen zijn bereikbaar als achterwacht: Jos Bulté: 0622362026 (binnen 5 minuten aanwezig) Anita Bulté: 0611327670 (binnen 15 minuten aanwezig)

 

7.0 EHBO-regeling

Om adequaat te kunnen handelen bij incidenten is het noodzakelijk dat er tijdens openingsuren minimaal één volwassene aanwezig is met een geldig en geregistreerd certificaat voor kinder-EHBO.  Op onze locatie doen we er alles aan om te voorkomen dat een kind letsel oploopt als gevolg van een ongeluk(je). Toch is dit helaas niet geheel te voorkomen. Daarnaast kunnen zich andere calamiteiten voordoen, waardoor EHBO noodzakelijk is. Wij vinden het belangrijk dat alle medewerkers in het bezit zijn van een geldig EHBOcertificaat. Op deze manier kan iedereen adequaat handelen wanneer dit nodig is. Ieder jaar nemen alle medewerkers die werkzaam zijn bij Kinderopvang ’t Wantij deel aan de online theorie en de praktijkbijeenkomst Eerste Hulp aan Kinderen. De medewerkers hebben Eerste Hulpvaardigheden geoefend onder begeleiding van een erkende EHBO-instructeur. Deze cursus is goedgekeurd door het Nederlandse Oranje Kruis/NIBHV. Doordat ieder jaar alle medewerkers deelnemen aan de cursus blijft de kennis actueel.  De training is gevolgd bij

lovis, Eerste Hulp aan Baby’s en Kinderen van het Nederlandse Oranje Kruis/NIBHV, het certificaat is 2 jaar geldig en voldoet aan de (nieuwe) wet- en regelgeving.

 

 8.0 Beleidscyclus

Van doelen naar maatregelen en acties en opvolgend het bijstellen van beleid  Onze beleidscyclus starten we met een uitgebreide risico-inventarisatie. Tijdens een teamoverleg bepalen we dat een QuickScan wordt uitgevoerd en gedurende welke periode hieraan wordt gewerkt. Zo is het hele team betrokken bij de inventarisatie. Op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie wordt er een actieplan en een jaarplan gemaakt. De voortgang van beide plannen wordt regelmatig geëvalueerd tijdens teamoverleggen. Er wordt van de pedagogisch medewerkers verwacht mee te denken in de acties om de risico’s te verminderen. Op basis van de evaluaties wordt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid bijgesteld en wordt besproken of de aanpassingen hebben geleid tot verbetering. Deze cyclus heeft als doel om altijd over een actueel beleidsplan voor Veiligheid en Gezondheid te beschikken. Het doorlopen van de cyclus duurt gemiddeld een jaar

8.1 Plan van aanpak

De risico-inventarisaties geven inzicht in de huidige stand van zaken ten aanzien van veiligheid en gezondheid. Naar aanleiding van deze inventarisatie zijn er een aantal actiepunten op de agenda gezet met als doel de kwaliteit van de opvang te verbeteren.

 8.2 Evaluatie

 Om te bepalen of de genomen acties en maatregelen ertoe hebben geleid dat er een veiligere en gezondere opvang kan worden geboden, evalueren we twee keer per jaar de genomen maatregelen en/of ondernomen acties tijdens een teambespreking. Indien een maatregel of actie een positief effect heeft gehad, wordt het veiligheids- en gezondheidsbeleid hierop aangepast. In de afgelopen periode hebben we ondervonden dat de volgende maatregelen een positief effect hebben gehad op het verbeteren van het veiligheids- en gezondheidsbeleid: 

   - we hebben vorig jaar een CO2 meter aangeschaft om te kijken wanneer er gelucht moet worden. – we hebben twee nieuwe bedjes aangeschaft.

  - we hebben het Pedagogisch Beleidsplan gewijzigd.

 

 9.0 Communicatie en afstemming intern en extern

9.1 Intern:

We vinden het belangrijk dat medewerkers zich betrokken voelen bij het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Wanneer het beleidsplan voor veiligheid en gezondheid wordt opgesteld of bijgesteld, spelen zij dan ook een actieve rol hierin.  Draagvlak en betrokkenheid van de Pedagogisch medewerkers is een voorwaarde om het beleid in de praktijk uit te dragen en na te leven. Om dit te realiseren zal er tijdens elk teamoverleg een thema of onderdeel uit het beleid worden besproken en geëvalueerd. Dit om continu in gesprek te blijven over het beleid. Hierdoor blijven we scherp op onze werkwijzen en kunnen we bij veranderingen in de omgeving of situatie, zoals bij verbouwingen of veranderingen in de inrichting, direct controleren of het beleid al dan niet moet worden aangescherpt. Wanneer een nieuwe medewerker op de locatie komt werken zorgen we voor een uitgebreide introductie in het veiligheids-  en gezondheidsbeleid, met indien nodig eventuele extra opleiding en instructies. Zodanig dat deze persoon in staat is tot het nemen van maatregelen wanneer dit aan de orde is.

9.2 Extern

 Via de nieuwsbrief en via de oudercommissie berichten we ouders over onze activiteiten ten aanzien van veiligheid en gezondheid. Wanneer er vragen zijn van ouders worden deze zo mogelijk ter plekke beantwoord. Wanneer deze vraag voor meerdere ouders interessant is, wordt deze tevens in de nieuwsbrief opgenomen.

 

10. Ondersteuning en melding van klachten

 Hoewel we ons uiterste best doen een helder en zorgvuldig beleid te voeren ten aanzien van veiligheid en gezondheid, kan het altijd voorkomen dat een medewerker of ouder een klacht heeft. We staan open voor feedback en bespreken deze klacht het liefst direct met de medewerker of ouder zelf om tot een oplossing te komen.

 10.1 Klachtenregeling

Wij willen graag weten hoe u over Kinderopvang ‘t Wantij denkt en waarderen het dan ook wanneer u ons laat weten waarover u niet tevreden bent of wat beter zou kunnen. Dit geeft ons de mogelijkheid om de kwaliteit van onze opvang te verbeteren en te werken aan een oplossing voor uw eventuele klacht. Denkt u dat wij onze dienstverlening kunnen verbeteren, heeft u ideeën of wilt u een klacht kenbaar maken? U kunt een klacht alleen schriftelijk indienen.  In eerste instantie wordt de interne klachtenprocedure in gang gezet en proberen wij het probleem intern op te lossen. De interne procedure is terug te vinden op onze website.  Mocht dit niet lukken dan kunt u zich als ouder of medewerker richten tot de Geschillencommissie Kinderopvang www.degeschillencommissie.nl Dit is een externe klachtencommissie die de klacht dan in behandeling zal nemen. U betaalt hiervoor een kleine vergoeding (klachtengeld). Om dit te kunnen doen, moet u eerst de interne klachtenprocedure van de kinderopvangorganisatie doorlopen.

 

BIJLAGE 1 Huisregels kinderen

We leren de kinderen om te gaan met de kleine risico’s en de gevolgen hiervan. De afspraken die wij hiervoor gemaakt hebben staan hieronder beschreven. Deze afspraken brengen wij over aan de kinderen gedurende de dag en worden regelmatig herhaald. Kinderen spelen niet met of bij de ramen en deuren, om vallen en beknelling te voorkomen; 

- Iedereen zorgt ervoor dat het materiaal dat gebruikt wordt weer wordt opgeruimd. 

- In het gebouw lopen we rustig en buiten mogen wij rennen;

- Niet zonder schoenen lopen, wel op blote voeten of pantoffels aan, dit i.v.m. gevaar voor uitglijden;

- Binnen gooien we niet met voorwerpen;

- Uitgetrokken schoenen gelijk oppakken en aan de kant zetten om struikelen te voorkomen;

- De voordeur dient altijd gesloten te worden;

- Kinderen (m.u.v. baby’s) ruimen in principe zelf het speelgoed op waar ze niet meer mee spelen, voordat ze aan een ander spel beginnen of naar huis gaan;

 - Laat de kinderen rustig zitten tijdens het eten, om verslikken te voorkomen;

 - Kinderen duidelijk maken dat zij in bepaalde ruimtes (keuken, kantoor, berging) niet alleen mogen komen;

- De kinderen wordt aangeleerd dat zij hun handen moeten wassen na bijv. toiletbezoek, buitenspelen, voor het eten.

 - Leer de kinderen wat een goede hoesthygiëne is (tijdens hoesten of niezen het hoofd wegdraaien of buigen, in hun ellenboog niezen of hand voor de mond houden). Als blijkt dat de handen na hoesten of niezen zichtbaar vuil zijn, moeten zij hun handen wassen.

 - Let erop dat kinderen met snottebellen hun neus snuiten. Gebruik voor de kinderen telkens een schone zakdoek. Er staat op iedere groep een doos met tissues binnen handbereik;

 - Wij praten rustig op de groep; 

- Pesten vinden wij niet leuk, we zijn aardig voor elkaar;

 - Niet klimmen op omheining; 

- Drinken doen wij uit de eigen beker en eten met eigen bestek.

- Op de glijbaan mag alleen zittend gegleden worden, met het gezicht naar voren. - De kleinste kinderen worden geholpen bij het glijden en goed aangeleerd hoe het moet. Er blijft altijd een van de toezichthoudende Pedagogisch medewerker bij de glijbaan in de buurt als er kinderen van onder de drie jaar buiten zijn.  

 

BIJLAGE 2 Gedragsregels Kinderopvang ‘t Wantij 

Kinderopvang ‘t Wantij schept een klimaat waarin iedereen kinderen, ouders en medewerkers zich veilig voelen.

 Algemene gedragsregels: 

- Iedereen wordt geaccepteerd zoals hij/zij is; alle mensen zijn verschillend en dat is prima;

 - Iedereen gaat respectvol met elkaar om. Er worden geen racistische opmerkingen gemaakt, gediscrimineerd, geroddeld of gescholden. Ook wordt niemand uitgelachen, vernederd of buitengesloten;

 - Er wordt geen lichamelijk of verbaal geweld gebruikt. Ook wordt er niet gedreigd met lichamelijk geweld;

 - Iedereen die gedrag vertoont dat als onacceptabel wordt ervaren wordt hierop aangesproken. In het geval van (dreigementen van) lichamelijk of verbaal geweld door ouders of medewerkers is de directie bevoegd corrigerende maatregelen te nemen of om de toegang tot het kinderdagverblijf te ontzeggen;

- Iedereen houdt zich aan gemaakte afspraken; 

- Iedereen is zuinig op het materiaal en de omgeving van het kinderdagverblijf en op de bezittingen van een ander;  

- Iedereen zorgt voor rust binnen het kinderdagverblijf;

- De medewerker is consistent en betrouwbaar in zijn of haar gedrag;

- De medewerker wijst plagen en pesten ten alle tijde af; 

- De medewerker luistert naar het kind en neemt het kind serieus;

- De medewerker benadert het kind positief;

- De medewerker spreekt niet over het gedrag, huiselijke omstandigheden of andere privacygevoelige zaken van een kind in het bijzijn van niet direct betrokken personen.

- De organisatie probeert in alle gevallen zorgvuldig te handelen en de belangen van ouders en kinderen te behartigen; 

- De ouders/ verzorgers worden schriftelijk geïnformeerd over calamiteiten;

- De ouders/ verzorgers hebben inzagerecht in alle gegevens die over het kind worden opgeslagen;

- De medewerker gebruikt geen seksueel getint taalgebruik en maakt geen seksueel getinte grappen of opmerkingen; 

- Foto's, die op of rond het kindercentrum worden gemaakt, worden alleen bewaard, bewerkt of verspreid met toestemming van de ouders of verzorgers van de kinderen;

- Foto's van kinderen worden alleen gepubliceerd met schriftelijke toestemming van ouders of verzorgers.   

 

 

 

 

  BIJLAGE 3 Preventieve maatregelen/huisregels op het gebied van veiligheid

 Algemeen

 - Wanneer de ouder/verzorger aanwezig is, ligt de verantwoordelijkheid voor het kind bij de ouder; - Altijd de deur (zachtjes) dicht doen;

 - De vluchtdeuren worden vrijgehouden;

- Kinderen spelen niet met of bij de ramen en deuren, om vallen en beknelling te voorkomen;  - Alleen eigen kinderen door de deur/ het hek laten gaan (en hekje hierna sluiten); - Kinderen geen kleding met koordjes laten dragen tijdens buiten spelen en slapen. De pedagogisch medewerkers controleren hier op. Verwijder koordjes uit jassen voor het buiten spelen;

- Kinderen tijdens het slapen geen elastiekjes, armbandjes of ringetjes laten dragen;

- Het spelen van kinderen gebeurt meestal op de grond. Kijk dus bij het lopen goed uit voor rondkruipende baby's of speelgoed dat op de grond ligt;

 - Deuren die open mogen blijven staan, worden vastgezet op de haak of met een deurstop. Alle deuren die open en dicht gaan hebben veiligheidstrips (minimaal tot een hoogte van 1.20 m);

 - Geen tassen laten rondslingeren of op de grond plaatsen (i.v.m. opeten van mogelijke medicijnen/ sigaretten);

- Elektrische apparaten staan voor kinderen op onbereikbare hoogten en snoeren zijn buiten bereik van kinderen; - De stopcontacten zijn kind veilig, of hebben afschermkapjes;

 - De EHBO-doos wordt jaarlijks gecontroleerd op de inhoud. Wanneer er iets gebruikt is, wordt dit z.s.m. weer aangevuld. De EHBO-doos wordt in de keuken op een duidelijke plek bewaard.

- Medicijnen worden bewaard buiten bereik van kinderen (indien nodig in de koelkast). 

- Wanneer er geknoeid wordt met water (bijv. in de keuken of bij de toiletten) wordt dit zo snel mogelijk opgeruimd om uitglijden te voorkomen. Ook wanneer de vloer nat is geworden bij vies weer, wordt deze zo snel mogelijk weer droog gemaakt om uitglijden te voorkomen. 

- Losse matten of vloerkleden hebben een slip vaste ondergrond om verschuiven te voorkomen. 

- Bij traktaties wordt geen gevaarlijk snoepgoed (wat verstikkingsgevaar kan opleveren) uitgedeeld aan de kinderen 

- Spenen worden regelmatig gecontroleerd op scheurtjes. Aan ouders wordt gevraagd de speen regelmatig te vervangen.

- Iedereen zorgt ervoor dat het materiaal dat gebruikt wordt weer wordt opgeruimd.

- Controleer de ruimtes op kleine voorwerpen en ruim deze op;

- Elke dag aanvinken welke kinderen er zijn;

- In het gebouw wordt niet gerend, als een kind rent maak duidelijk dat dit niet mag;

 - Niet zonder schoenen lopen wel op blote voeten of pantoffels aan, dit i.v.m. gevaar voor uitglijden; - Binnen gooien we niet met voorwerpen;

- Wees alert dat er een kind achter de deur kan staan wanneer je deze open doet.

 - Til een kind niet aan de handen op, maar onder de oksels of in de middel of onder de billen;

 Entree

 - Baby´s in Maxi-Cosi bij voorkeur niet op tafel zetten, om te voorkomen dat de Maxi Cosi van tafel valt of bijv. wordt gestoten door oudere kinderen;

- Uitgetrokken schoenen gelijk oppakken en aan de kant zetten om struikelen te voorkomen;

 - Er liggen geen lossen onderdelen in de entree en de gang, zorg dat er voldoende loopruimte is;

 - Er worden geen grote voorwerpen (pakketten, grofvuil o.i.d.) in de entree geplaatst, omdat ouders hier vaak met een kind op de arm binnenkomen en zo geen goed zicht hebben op wat er staat;

 - De voordeur dient altijd gesloten te worden.

 Leefruimte 

- Bij voorkeur zwaaien vanaf de grond. Als kinderen toch ergens op staan, dan erbij blijven, en opstapmogelijkheden gelijk na het zwaaien weghalen bij het raam;

- Er wordt speelgoed gebruikt dat aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen. Dit betekent o.a. dat er geen speelgoed dat verstikkingsgevaar op kan leveren wordt gebruikt bij de baby’s. Kinderen jonger dan 3 jaar alleen onder toezicht laten spelen met speelgoed kleiner dan 3,5 cm. Zorg dat kleine kinderen gescheiden van de grotere kinderen spelen. De grote kinderen kunnen bijvoorbeeld aan de tafel spelen, zodat de kleintjes er niet bij kunnen. Als er speelgoed is waar de kleintjes echt niet aan mogen komen, laat de oudere kinderen er dan mee spelen als de kleintjes naar bed zijn. Als grote en kleine kinderen samen spelen, gebeurt dit met het speelgoed voor de jongere kinderen; - Speelgoed moet zoveel mogelijk op de groep blijven waar het vandaan komt;

- Niet weglopen bij baby´s in de box als het deurtje niet dicht is. De box wordt niet gebruikt voor kinderen die uit de box kunnen klimmen. Haal speelgoed dat als opstapmogelijkheid kan dienen uit de box; - Er wordt goed gelet op de combinatie kind-kinderstoel, waarbij gekeken wordt in hoeverre het kind zelfstandig kan zitten (gebruik wel/geen stoelverkleiner/ beugel/ tuigje) en in hoeverre het kind rustig kan zitten (wel/ niet naast de pedagogisch medewerker plaatsen). Zorg dat het kind met een been aan weerskanten van de kruisband in de stoel zit; 

- De pedagogisch medewerkers controleren zelf regelmatig het speelgoed. Speelgoed dat niet veilig is (stuk, beschadigd, afbladderende verf, losse stiksels of touwtjes bij stoffen speelgoed) wordt gerepareerd of weggegooid. Bij aanschaf van nieuw speelgoed wordt goed gekeken of speelgoed veilig is.

- Kinderen (m.u.v. baby’s) ruimen in principe zelf het speelgoed op waar ze niet meer mee spelen, voordat ze aan een ander spel beginnen, of naar huis gaan;

- Kinderen mogen niet rennen in de groepsruimten. Als kinderen willen rennen, mag dit buiten;  - Laat de kinderen rustig zitten tijdens het eten, om verslikken te voorkomen;

- Binnen mag er niet gegooid worden met voorwerpen (bal e.d.);

- Kopjes met hete dranken worden buiten bereik van de kinderen midden op tafel geplaatst. Er worden geen kinderen op schoot genomen wanneer koffie of thee wordt gedronken.

- In bepaalde ruimtes (keuken, kantoor, berging) mogen kinderen niet alleen komen;

- Gevaarlijke voorwerpen, zoals messen, scharen, lucifers of aanstekers en gereedschap worden buiten het bereik van kinderen (hoog of in een afgesloten kast) opgeborgen.  

Laat na gebruik van heet water altijd de kraan, in de keuken, even doorstromen met koud water. Zorg dat er geen opstapmogelijkheden voor kinderen bij de heet waterkraan staan

 Schoonmaakmiddelen worden buiten bereik van kinderen bewaard (in een hoge afsluitbare kast). De kast wordt na gebruik altijd afgesloten. 

- Echte schoonmaakwerkzaamheden worden gedaan wanneer de kinderen niet aanwezig zijn op de groep. 

- Begeleid kinderen op het trapje van de aankleedtafel. Gebruik dit trapje zodra een kind zelf kan klimmen. Na gebruik van het trapje van de aankleedtafel deze direct inschuiven. Kinderen mogen niet zelf het trapje van de aankleedtafel bedienen (gevaar voor vingers en tenen!) 

- Niet weglopen bij kinderen die op de aankleedtafel liggen  - Verschoonspullen worden binnen handbereik op de aankleedtafel gelegd, om te voorkomen dat de pedagogisch medewerker het kind onbeschermd op de aankleedtafel achterlaat.

- Vaste speelplekken creëren waar je niet door heen hoeft te lopen.

- 1 keer per maand speelgoed controleren en weggooien wat er kapot is.

- Stoel van de tafel af zetten zodat de kinderen zich niet kunnen afzetten.

- Kinderen laten zitten als ze eten en rustig laten eten.

- Binnen mag er niet gevoetbald worden.

- Als er gemorst wordt, dit direct opruimen - Er worden geen punaises of spijkers gebruikt om iets op te hangen.

- Kinderen leren na gebruik het speelgoed op te ruimen.

 Slaapruimte

 - In slaapkamertjes wordt voldoende geventileerd door het luik open te doen. 

 - Laat baby´s op hun rug slapen (tenzij ouders schriftelijke toestemming hebben gegeven voor buikslapen)

- Ga regelmatig even kijken bij slapende kinderen 

- Gebruik bij kinderen een goed passende slaapzak

- Niet weglopen bij baby´s in hoogslapers als het hekje niet dicht is

- Kinderen die kunnen staan mogen alleen in lage bedjes te slapen worden gelegd, of in hoge bedjes met een dakje 

- Er worden geen kussentjes gebruikt in de bedjes, alleen een hydrofiel onderlegger

- Kinderen worden niet aan hun handen uit bed getild (i.v.m. kans op arm uit de kom) 

- De slaapkamertjes worden niet als opslagruimte gebruikt: er worden geen losse materialen neergezet, maar deze worden in kasten opgeborgen. Op deze manier is de kans

op vallen of verstikking kleiner, en is de ruimte bovendien beter schoon te houden. 

Keuken 

- Kinderen mogen niet in de keuken komen (tenzij onder begeleiding van de pedagogisch medewerkers

- Apparaten die heel heet worden (waterkoker, koffiezetapparaat) staan buiten bereik van de kinderen 

- De heet waterkraan is buiten bereik van de kinderen. Laat na gebruik van heet water altijd de kraan even doorstromen met koud water. Zorg dat er geen opstapmogelijkheden voor kinderen bij de heet waterkraan staan. 

- Schoonmaakmiddelen, andere giftige stoffen en plastic zakken worden buiten bereik van kinderen bewaard

- Op de locatie is de Gifwijzer aanwezig. Deze hangt op een duidelijk zichtbare plaats. In de Gifwijzer is te lezen welke stappen moeten worden genomen bij (mogelijke) vergiftiging. In geval van vergiftiging wordt echter altijd 112 gebeld met de vraag om advies. 

- Lucifers/aansteker altijd opbergen in de laden.

- Vaatwasser goed sluiten.

- Plastic zakken opbergen in een kast waar kinderen niet bij kunnen.

Buitenterrein

- Houd altijd toezicht als de kinderen buitenspelen (bij kleine kinderen van dichtbij, bij grotere kinderen evt. verder weg)

- Het speeltoestel  word elk jaar nagekeken en het zand in de zandbak wordt jaarlijks ververst.

- Er is een goede omheining rondom de speelplaats. Het hek op de buitenspeelplaats is standaard op slot, en wordt niet gebruikt als doorgang met de kinderen. De kinderen gaan niet van de buitenruimte af om te spelen.

- Wanneer er speelmateriaal uit de buitenberging wordt gehaald, gebeurt dit altijd door of onder toezicht van een pedagogisch medewerker. Laat geen kinderen toe in de buitenberging. Na gebruik wordt de deur van de berging altijd op slot gedaan (sleutel wordt buiten bereik van de kinderen bewaard). 

- Speelmateriaal zoals fietsjes e.d. worden gebruikt op het bestrate gedeelte van het buitenterrein. De pedagogisch medewerkers letten er op dat er niet gefietst wordt onder of in de buurt van de speeltoestellen (i.v.m. vallen op fietsje). Als er los speelmateriaal onder de speeltoestellen ligt, wordt dit zo snel mogelijk opgeruimd.

- Bij gebruik van een zwembadje op het buitenterrein wordt permanent toezicht gehouden door een pedagogisch medewerker. Er worden hierover afspraken gemaakt wie wanneer oplet.

- Bij de parkeerplaatsen zachtjes rijden i.v.m. overstekende kinderen

- Geef het goede voorbeeld m.b.t. verkeersregels bijv. bij het oversteken  

- Niet klimmen in/ op het hek van de buitenspeelplaats 

- Er zijn geen giftige of stekelige planten of begroeiing rondom of op het speelterrein

- Voordat de kinderen buiten gaan spelen, controleert de pedagogisch medewerker of er geen zwerfvuil op het terrein (of in de zandbak) ligt. Bij het KDV controleert de pedagogisch medewerker ook of er geen kleine voorwerpen op het terrein liggen. 

- Er worden duidelijke afspraken gemaakt welke delen van het terrein bedoeld zijn voor drukkere spelen zoals fietsen, voetballen en welke bedoeld zijn voor rustiger activiteiten. Dit om botsingen te voorkomen. 

- De deur naar de speelplaats altijd eerst vastzetten voordat de kinderen naar buiten gaan.

- Op de glijbaan mag alleen zittend gegleden worden, met het gezicht naar voren.

- De kleinste kinderen worden geholpen bij het glijden en goed aangeleerd hoe het moet. Er blijft altijd een van de toezichthoudende pedagogisch medewerkers bij de glijbaan in de buurt als er kinderen van onder de drie jaar buiten zijn.

- Bij sneeuw/ijs of regenplassen speelplaats vegen of pekel strooien Bergruimte

- In de schuur wordt al het buitenspeelgoed opgeborgen.

- Kinderen mogen niet alleen in de schuur komen. De deur van de schuur zit op slot;

 Kantoor

 - Kinderen mogen niet alleen in het kantoor komen;

- Scherpe kantoorartikelen opbergen in een kast of lade.

 Naast bovenstaande afspraken die de veiligheid van de kinderen vergroten, neemt  Kinderopvang

 ‘t Wantij nog de volgende maatregelen:

 - Om een goed beeld te krijgen wat nu precies onveilige situaties zijn, houden de pedagogisch medewerkers een ongevallenregistratie bij. Ongevallen waarbij medische hulp is ingeschakeld worden hierop ingevuld. Aan de hand hiervan wordt gekeken of en hoe bepaalde onveilige situaties verholpen moeten worden;

- Bedden, boxen en kinderstoelen worden alleen aangeschaft via leveranciers voor de kinderopvang. Kasten moeten stevig staan en niet om kunnen vallen, ook niet als er een kind opklimt. Hoge kasten worden vastgezet aan de muur. Ladekasten dienen kantelbeveiliging te hebben, zodat ze niet om kunnen vallen. De pedagogisch medewerkers controleren zelf regelmatig het meubilair op splinters. Als er splinters worden aangetroffen, wordt het meubilair geschuurd. Wanneer pedagogisch medewerkers een mankement aan een bepaald meubelstuk aantreffen, dienen zij dit z.s.m. door te geven aan de leidinggevende;

- Er is bedrijfshulpverlening (BHV) binnen de organisatie. Een aantal medewerkers heeft hiertoe een cursus gevolgd. Bij calamiteiten (brand, ernstig ongeval e.d.) hebben de BHV-ers de leiding over de te nemen maatregelen. De BHV-ers oefenen minimaal jaarlijks een ontruimingsoefening met alle kinderen en pedagogisch medewerkers. Zij volgen hierbij het Ontruimingsplan. De BHV-ers houden in de gaten of vluchtroutes vrij van obstakels zijn, zodat in geval van nood snel ontruimd kan worden.  

  

BIJLAGE 4 Preventieve maatregelen/huisregels op het gebied van gezondheid

Maatregelen m.b.t. de  overdracht van ziektekiemen  Protocol handhygiëne

- Was je handen

-  voor het aanraken en bereiden van voedsel;

- voor het eten of helpen bij het eten;

- voor wondverzorging;

- voor het aanbrengen van zalf of crème;

- na hoesten, niezen en snuiten;

- na toiletgebruik;  o na het verschonen van een kind;

- na contact met speeksel, snot, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed;

- na contact met vuile was of afval;

-na schoonmaakwerkzaamheden;

- Handen wassen doe je als volgt:  - gebruik stromend water;  - gebruik vloeibare zeep;  - verdeel de zeep goed over de gehele handen;   - spoel de handen hierna goed schoon met water;  -droog de handen af aan een schone droge handdoek of aan een papieren handdoekje;

Toilethygiëne; - Leer de kinderen wat een goede toilethygiëne is (handen wassen met water en zeep na toiletbezoek);

- De kinderen wordt aangeleerd dat zij hun handen moeten wassen na de bovenstaande activiteiten;

- Houd in de gaten of kinderen hun handen wassen met zeep na toiletbezoek. Je kunt hier niet continu op letten, maar als je ziet dat een kind zijn handen niet wast, kun je hem er aan herinneren;  - Zorg voor kort geknipte nagels; 

- Draag zo min mogelijk sieraden; Protocol hygiëne commode en toiletruimte

- Reinig de commode na elke verschoning met allesreiniger/glorixdoekjes;

- Vervang het aankleedkussen als deze beschadigingen vertoont;

- Leeg de potjes direct na gebruik en maak ze schoon met een sopje van allesreiniger;

 - Let er op dat    er geen speelgoed of eten wordt meegenomen naar de toiletten;

 - Verschoon minimaal ieder dagdeel de handdoeken;

- Gooi gebruikte luiers direct in de daarvoor bestemde afvalbak. Leeg deze bak dagelijks; 

- De toiletruimte wordt dagelijks schoon gemaakt, waarbij commode, wasbak en de toiletjes goed gesopt worden. Besteed extra aandacht aan de handcontact-punten zoals kranen en knop van de toilet;                                  

 Protocol hygiëne bij verkoudheid 

- Hanteer zelf een goede hoesthygiëne (tijdens hoesten of niezen het hoofd wegdraaien of buigen en in de kom van de ellenboog);  

- Leer de kinderen wat een goede hoesthygiëne is (tijdens hoesten of niezen het hoofd wegdraaien of buigen, in hun ellenboog niezen of hand voor de mond houden). Als blijkt dat de handen na hoesten of niezen zichtbaar vuil zijn, moeten zij hun handen wassen;

 - Let erop dat kinderen met snottebellen hun neus snuiten. Gebruik voor de kinderen telkens een schone zakdoek. Er staat op iedere groep een doos met tissues binnen handbereik, zodat kinderen ook zelf een tissue kunnen pakken om hun neus te snuiten; 

Spenen

- Kinderen die nog een speen hebben, hebben hiervoor ieder hun eigen speen. Deze speen wordt in een apart spenenbakje bewaard, en minimaal wekelijks worden uitgekookt. We wijzen de ouders er op dat ze thuis zelf de speen moeten uitkoken;

  Gebruik van crèmes 

- Was je handen voor het aanbrengen van zalf of crème;  

- Gebruik bij voorkeur zalf of crème uit tubes (in plaats van potjes);  - Wanneer er toch zalf of crème in potjes worden gebruikt, gebruik dan een spatel, wattenstaafje of vingercondoom om de zalf of crème uit het potje te halen; 

 De was

 - Gebruik altijd een schoon vaatdoekje om de tafels en stoelen na de maaltijd te reinigen. Deze wordt na gebruik direct in de was gegooid;

- De vaatdoek in de keuken wordt na ieder gebruik met heet water uitgespoeld, en minimaal ieder dagdeel vervangen;

- Textiel wordt gewassen op minimaal 60 graden;

 Beddengoed wordt iedere dag verschoond en gewassen (op 60 graden). De kinderen hebben hun eigen slaapzakje. Verschoon het beddengoed direct als dit zichtbaar vies is. Haal direct na het slapen het bed af, als het kind een infectieziekte heeft; 

- Zet tijdens het opmaken van de bedden de deuren wijd open; 

 Eten en drinken 

- Voeding wordt klaargemaakt en bewaard in de keuken;

- Voedselbereiding en verschonen gebeurt op gescheiden plaatsen;  

- Neem na elke maaltijd de tafel en zo nodig ook de stoeltjes af;

 - Ieder kind krijgt na het eten een eigen washand, om zo handen en gezicht weer schoon te maken. Gooi deze washandjes na gebruik in de wasmand. Ditzelfde geldt voor spuugdoekjes en slabben;

Speelgoed

 - Maak regelmatig het speelgoed schoon (volgens het schema elke week). Maak zichtbaar verontreinigd speelgoed direct schoon;

- Stoffen speelgoed, knuffels en verkleedkleding worden wekelijks op 40 graden gewassen; 

- Houd speelgoed voor binnen en buiten gescheiden; 

- Berg speelgoed dat een tijdje niet gebruikt wordt, zoveel mogelijk op in dichte kasten of gesloten bakken;   - Er wordt zoveel mogelijk eenvoudig te reinigen speelgoed gebruikt;

 

 

 

 Maatregelen m.b.t. het binnenmilieu 

Luchtkwaliteit

- Ventileer dagelijks (3x) in alle groepsruimtes en slaapkamer door de ramen en deuren open te zetten. Roosters, die zich meer dan 1.80 meter boven de vloer bevinden blijven zoveel mogelijk geopend. Doe dit ’s morgens direct na binnenkomst;  

- Bij voorkeur is de temperatuur in de verblijfsruimte rond de 20 graden (niet lager dan 17 graden), in de slaapkamer iets koeler (niet lager dan 15 graden). Controleer de temperatuur regelmatig. Probeer temperatuurverschillen van meer dan 5 graden in verschillende ruimtes te vermijden. Op de groepen zijn thermometers aanwezig; 

- Ventileer extra tijdens bewegingsspelletjes;

- Controleer regelmatig de luchtvochtigheid: deze ligt bij voorkeur tussen de 40% en 60%. Op de groepen zijn luchtvochtigheidsmeters aanwezig;

- Binnen mag niet worden gerookt. Ook buiten wordt in aanwezigheid van de kinderen niet gerookt;  - Er worden geen kaarsen gebrand, alleen met verjaardagen van de kinderen aan tafel en in bijzijn van de pedagogisch medewerkers;

- In ruimtes met kinderen worden geen spuitbussen (verf, haarlak, luchtverfrisser) gebruikt. Ook worden er geen andere oplosmiddelen (sticker-verwijderaar, wasbenzine, terpentine, afbijtmiddelen) gebruikt waar de kinderen bij zijn. Er wordt over het algemeen alleen lijm op waterbasis gebruikt in bijzijn van de kinderen.  Verder worden er geen sterk geurende producten gebruikt; - Ventilatieroosters worden minimaal 3-maandelijks gereinigd. Wij gebruiken een CO2 indicator op de groep. Zodra het lampje rood is wordt er direct gelucht/geventileerd (ramen en deuren open); - Verontreinigde lucht komt niet via de ventilatieroosters in de binnenruimte terecht. Wanneer er sprake is van luchtverontreiniging worden de roosters en ramen gesloten;  

- Er worden binnen geen huisdieren gehouden (vanwege mogelijke allergische reacties); Schoonmaak van de ruimte 

- Alle ruimtes worden schoongemaakt aan de hand van het schoonmaakschema (de vloer en de tafels en stoelen dagelijks, de vloeren worden elke week gestofzuigd en gedweild, hoger gelegen oppervlakten (kasten, vensterbanken e.d.) wekelijks, en verticale oppervlakten (ramen, tegels e.d.) maandelijks). Na het eten worden tafel, stoelen en grond direct schoongemaakt. Wanneer de ruimte na een “vieze activiteit” (zand, verf e.d.) vies is geworden zal dit direct hierna worden schoongemaakt; - De schoonmaakwerkzaamheden worden correct bijgehouden op het schoonmaakschema, zodat altijd goed inzichtelijk is wat er al is schoongemaakt, en wat er nog moet gebeuren;

- Schoonmaakmiddelen worden in hun oorspronkelijke verpakking / fles bewaard. Bij (mogelijke) vergiftiging met deze stoffen is het noodzakelijk dat direct duidelijk  is om welke middel het gaat;

- Bij stofzuigen, afstoffen of stofwissen worden de ramen opengezet om te luchten. Bij handmatig stofwissen worden stofbindende doeken gebruikt; 

- Er worden alleen kortpolige vloerkleden gebruikt omdat deze beter te reinigen zijn;

- Haal knutselwerkjes en andere versiering in de ruimte die niet gereinigd worden, na een maand weg (i.v.m. stof); 

 - Er worden geen tweedehands gestoffeerde meubels gebruikt; Geluidsoverlast - Luidruchtige werkzaamheden worden zo gepland dat geluidsoverlast wordt voorkomen;

Bij geluidsoverlast worden passende maatregelen genomen; 

Planten

- Zowel binnen als buiten staan geen planten die allergeen stuifmeel verspreiden;

- Er staan geen planten met harige blaadjes; 

- Spoel (echte of kunst-)planten wekelijks af om te voorkomen dat ze stoffig worden;

- Vervang de potgrond regelmatig om schimmelvorming te voorkomen;

 

 

 

 

 Hitteprotocol

 - Zet ramen en deuren wijd open als de temperatuur binnen oploopt boven de 25 graden. Ook wordt een ventilator gebruikt om de ruimte af te koelen. Zet deze ventilator op een plek waar de kinderen niet bij kunnen; 

- Gebruik bij warm weer zo snel mogelijk de zonwering; - Ventileer op warme dagen met name ’s morgens direct na binnenkomst; 

- Bij warm weer worden geen inspannende activiteiten gedaan, omdat het lichaam dan de warmte niet goed kwijt kan. Probeer te voorkomen dat kinderen zelf druk gaan doen door hen te betrekken bij rustige activiteiten;

- Geef de kinderen bij hoge temperaturen extra drinken (water of limonade);  

- De kinderen mogen tussen 12:00 uur en 15:00 uur bij temperaturen boven de 25 graden niet naar buiten;

- Houd goed in de gaten of jonge baby’s voldoende drinken. Geef eventueel in overleg met ouders water tussendoor; 

- Zorg ervoor dat kinderen niet te warm gekleed zijn. Trek overtollige kleding uit. Laat kinderen eventueel in hun ondergoed rondlopen; 

 - Afkoelen kan door met water te spelen. Baby’s kun je eventueel met een natte washand ‘afsponzen’ als ze erg warm aanvoelen.

 

Maatregelen m.b.t. het buitenmilieu 

Buiten spelen

 - Let erop dat kinderen voldoende aangekleed naar buiten gaan;

- Smeer (van mei tot september) bij zonnig of licht bewolkt weer de kinderen in met zonnebrandcrème (minimaal factor 20) als ze buitenspelen. Smeer de kinderen om de 2 uur opnieuw in. Let erop dat de kinderen niet te lang in de zon spelen (kinderen jonger dan 1 jaar helemaal niet in direct zonlicht), bij voorkeur met een zonnehoedje en t-shirtje aan. Let erop dat tussen 12.00 en 15.00 uur er zoveel mogelijk in de schaduw (onder parasols of doeken) gespeeld wordt; 

- Wij vragen de ouders bij warm weer de kinderen thuis al in te smeren;

- Beperk bij extreme hitte de duur van het buitenspelen. Pas ook de activiteiten aan, zodat grote inspanning wordt vermeden. Beperk bij extreem koud weer de duur van het buitenspelen; 

- Beperk buiten eten en drinken zoveel mogelijk (vooral zoete etenswaren). Gebruik bij buiten drinken rietjes om te voorkomen dat een bij of wesp in de mond of keel terecht komt. Maak plakkerige handen of gezichten direct schoon; 

- De kinderen worden minimaal een half uur van te voren ingesmeerd zodat ze zonnebrand kan intrekken;

 Waterpret

 - Als er een opblaasbadje wordt gebruikt, wordt het badje voor gebruik goed schoongespoeld. Het badje wordt gevuld met schoon drinkwater. Hiervoor kan de tuinslang worden gebruikt. Het is van groot belang dat de tuinslang eerst doorgespoeld wordt (zachtjes zonder al te veel spetteren) om de kans op legionella zo klein mogelijk te houden. De brandslang wordt hier niet voor gebruikt, deze wordt alleen gebruikt in geval van brand;

- Ververs het water dagelijks (bij baby’s na elke zwembeurt) wanneer er een zwembadje wordt gebruikt. Bij kinderen die nog niet zindelijk zijn wordt goed in de gaten gehouden of er geen ‘ongelukjes’ gebeuren, anders wordt het gehele water ververst. Bij tussentijdse vervuiling (bijv. vogelpoep) wordt het tussendoor een keer extra ververst. Gebruik zo min mogelijk waterspeelgoed dat aanzet tot drinken.  Eet of drink niet in of bij het zwembadje; 

 - Spoel het badje na gebruik schoon en berg het zwembadje weer droog op (dus eerst laten drogen voordat het opgevouwen wordt); 

Zandbak

 - Controleer het zand van de zandbak voor gebruik op eventueel aanwezige verontreinigen, zoals uitwerpselen van katten. Wanneer je in het zand uitwerpselen aantreft, die er langer dan 3 weken hebben gelegen, is het verschonen van het zand noodzakelijk. Daarnaast is het verschonen van de zandbak nodig wanneer het zand zichtbaar vuil is. Waar mogelijk is de zandbak afgesloten met een net; 

- Het zand van de zandbak wordt jaarlijks ververst;

- De kinderen moeten na het spelen in de zandbak handen wassen;  

- Zorg ervoor dat kinderen niet eten en drinken in de zandbak;  Rondom het gebouw 

- De vuilnisbakken binnen worden dagelijks geleegd. Afval wordt buiten in gesloten containers opgeborgen;

- Als er overlast is van vliegen of wespen, wordt er voor gekozen om de deuren en ramen wat meer gesloten te houden, zodat deze niet binnen kunnen komen; 

- Als er uitwerpselen van dieren worden gevonden (vliegen, muizen, katten) wordt dit direct opgeruimd;

 - Op de buitenspeelplaats worden geen voor kinderen schadelijke bestrijdingsmiddelen gebruikt;  Uitstapjes  

- Zorg bij uitstapjes buiten de deur ervoor dat dit op een veilige manier gebeurt, met voldoende begeleiding, zie vierogen principe;

- Wanneer er een bezoekje wordt gebracht aan de dieren, let erop dat dit voorzichtig gebeurt en wees alert op bijten of krabben van de dieren. Als dieren gevoerd worden, let er op dat dit voorzichtig gebeurt. Na contact met dieren wassen de kinderen hun handen, let hierop. Kinderboerderijen worden alleen bezocht na overleg met de ouders;